Juf & co deel 2

juf & co 2

In 2010 verscheen bij uitgeverij Clavis het tweede deel van de serie Juf & co: Het verhaal van de griezel en de raadselachtige verdwijningen.
De tekeningen zijn gemaakt door Riske Marjolein Hund.

Er gebeuren raadselachtige dingen in de school en in de buurt. Allereerst is er de komst van een zonderling, die een winkeltje met oude rommel opent. En dan beginnen er op school opeens allerlei dingen te verdwijnen. Maar wat nog vervelender is, Stan en Saimi gaan zich heel vreemd gedragen. Het lijkt wel of ze niets meer met Emma, Aysel en Lucas te maken willen hebben. Ooit waren Lucas en Stan elkaars beste vrienden, maar dan komt Lucas een verschrikkelijk geheim van Stan op het spoor. Wat moet Lucas doen? Zijn vriend verraden of zwijgen? En dan is er nog dat griezelige verhaal over het ontstaan van de volksnaam van de school: Waaigat. Langzaam wordt duidelijk wat al die verschillende dingen met elkaar te maken hebben. Maar is alles wel wat het lijkt te zijn?

Het verhaal van de griezel en de raadselachtige verdwijningen is te koop, bijvoorbeeld bij Het Verboden Rijk (klik hier). Of op Bol.com. Klik hier als je daar meteen naar toe wilt.

Fragment uit 'Het verhaal van de griezel en de raadselachtige verdwijningen'

Voor schooltijd is de ontdekking van de winkel van Arend Molenaar het eerste waar ze met Saimi over praten. Ze vergeten zelfs te vragen hoe het in het ziekenhuis gegaan is gisteren.
       'Aysel en ik vinden het maar heel vreemd allemaal,’ zegt Lucas.
       ‘Stan en ik geloven er niks van dat die winkel iets met de Arend uit het verhaal te maken heeft,’ zegt Emma. ‘Wat denk jij?’
       ‘Ik denk …’ Saimi sluit even haar ogen. ‘Ik denk dat het heel zielig is.’
       ‘Zielig? Hoezo zielig? Wat is zielig?’ vraagt Aysel.
       ‘Dat mijn been niet goed geneest, en dat ik nog een paar weken langer in een rolstoel moet blijven zitten,’ zegt Saimi.
       ‘Echt waar?’ zegt Emma vol medeleven.
       ‘Ze hebben opnieuw een foto gemaakt,’ vertelt Saimi. ‘Ik mocht hem zien. Mijn onderbeen is net een hondenbot in een tekenfilm. Er staan kronkellijntjes op getekend. Dat zijn scheurtjes. Ik mag pas weer op mijn been staan als die scheurtjes helemaal weg zijn.’
       ‘Maar je gips zit er nog omheen,’ zegt Aysel.
       ‘De foto gaat overal dwars doorheen. Ze zien alleen je geraamte.’
       ‘Griezelig,’ bibbert Lucas.
       ‘Je voelt er niks van,’ zegt Saimi.
       ‘Geeft niks, hoor, dat je nog een tijdje niet mag lopen,’ zegt Stan. Zolang Saimi in een rolstoel zit, mag hij haar duwen en daar heeft hij totaal geen bezwaar tegen. ‘Maar wat denk je van die Arend Molenaar? Zou het kunnen?’
       ‘Ik weet het niet,’ zegt Saimi. ‘Misschien kunnen we het uitzoeken.’
       ‘We moeten de krant bellen,’ lacht Stan. Hij kan nog net een waai van Emma’s hand ontwijken.
       ‘We kunnen het tegen de juf zeggen,’ zegt Aysel.
       ‘Dan weet straks de hele klas het,’ zegt Stan. ‘Als het helemaal niet waar blijkt te zijn, staan wij mooi voor aap.’
       Emma bekijkt hem van top tot teen. ‘Dat sta jij toch al,’ zegt ze geruststellend.
       ‘Ik denk dat Saimi gelijk heeft en dat we het moeten uitzoeken,’ vindt Lucas.
       In zijn hoofd fladdert even een superheld in een wijde cape met een grote C op zijn borst. Aan zijn bibberknieën op de zoldertrap wil hij even niet denken. Ze zijn trouwens toch met z’n vijven, en dat geeft hem een veilig gevoel.
       Het heeft ook wel iets van een geheime missie, vindt hij. Hoe vaak gebeurt het nou dat je in het echt iets kunt meemaken dat normaal gesproken alleen in boeken voorkomt? Van dat soort boeken heeft hij er trouwens inderdaad heel wat gelezen. Er borrelen woorden in hem op als tijgersluipgang, sporenonderzoek en bloedbroederschap. En beelden van schemerige, verlaten straten, waar de regen zichtbaar in het licht van de straatlantaarns miezert.
       ‘Laten we een wachtwoord afspreken,’ stelt hij voor. ‘Dan zijn we een soort geheime club.’
       Stan rolt met zijn ogen. Aysel perst haar lippen tot een misprijzend streepje. Emma schudt haar hoofd.
       ‘Welja,’ lacht Saimi. ‘Laten we er dan ook maar een gebruikersnaam bij verzinnen, net als op het internet.’
       Beledigd vouwt Lucas zijn armen over elkaar. Hij kijkt demonstratief in de verte, alsof het hele onderwerp hem niets meer kan schelen. Hem zullen ze voorlopig niet meer horen. Trouwens, als zij het niet interessant vinden dat er vlak bij Waaigat een Arend Molenaar woont, kan hij altijd nog in zijn eentje het raadsel ontsluieren – ook woorden die, alsof hij in een spannend boek meespeelt, zomaar in hem naar boven komen.
       Maar Lucas kan gerust zijn. Ook de anderen zijn het met Saimi eens om zelf eens een keer uit te zoeken hoe het precies zit met de eigenaar van dat rommelwinkeltje. Ze weten alleen niet goed hoe.
       ‘Ik verzin wel een manier,’ zegt Lucas, die zijn voornemen om zijn mond te houden alweer vergeten is. ‘Laat dat maar aan mij over.’

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact