Soms zit het mee, soms zit het tegen

 

Soms zit het mee, soms zit het tegen

Maart 2007 verscheen bij uitgeverij De Eenhoorn het jeugdboek Soms zit het mee, soms zit het tegen.
De omslagtekening is van Bert Dombrecht.
Het is het eerste deel van een serie over Kester, de hoofdpersoon in Soms zit het mee…

Kester is een jongen die flink verwend is. Altijd heeft hij iets wat mooier, beter of groter is dan dat van een ander. Veel vrienden heeft hij dan ook niet. Eigenlijk heeft hij helemaal geen vrienden.
Maar dan komt er een nieuwe jongen in de klas: Jop. En die wil wel vriendschap met Kester sluiten. Natuurlijk kan Kester ook dan het opscheppen niet laten.

 

Fragment uit 'Soms zit het mee, soms zit het tegen'

‘Zooo,’ zegt Jop, met een bewonderend lange ‘o’. ‘Dat is een gave tv.’
‘Een megapower, supertronic, breedbeeld flatscreen met dolby-pixels,’ dreunt Kester op. ‘Mini-wave gestuurde afstandsbediening met ingebouwde beeldcorrectie. Wel een aardig ding, hè? Ik kreeg hem voor mijn laatste rapport,’ bluft Kester er achteraan.
‘Hè?’ Als Jop zijn ogen nog verder openspert, rollen ze eruit. ‘Krijg jij zoiets cadeau voor je rapport?’
Ach, doen de schouders van Kester. Maar misschien heeft hij nu toch een beetje te erg overdreven, beseft hij. En dus voegt hij, om het af te zwakken, eraan toe: ‘Nou ja, mijn vader werkt er, dus dat scheelt.’
‘Werkt jouw vader bij de televisie?’ vraagt Jop.
Dat was niet helemaal wat Kester bedoelde. Zijn vader werkt op een kantoor van de fabriek waar ze die toestellen maken. Maar eigenlijk kun je dan ook wel zeggen dat hij bij de televisie werkt. Toch?
‘Ja,’ zegt Kester. ‘Mijn vader werkt bij de televisie.’
‘Gaaf!’ vindt Jop. ‘Zit hij ook in een of ander programma?’
‘O ja. Hij presenteert een paar programma’s.’
‘Ken ik jouw vader? Van de tv?’
‘Ik denk het niet,’ zegt Kester. ‘Hij zit in van die saaie grote-mensenprogramma’s, weet je wel. Waarin ze praten over politiek en het milieu en dat soort flauwekul.’
Maar evengoed maakt het diepe indruk op Jop.
‘Wauw!’ zucht hij bewonderend. ‘Een beroemde vader!’
‘Zo beroemd nu ook weer niet,’ zwakt Kester af.
‘Maar hij wordt toch wel herkend op straat en zo?’
‘Dat wel,’ geeft Kester toe. En hij denkt er snel achteraan: hier in de straat in elk geval. Zo moet zijn gedachte zijn leugentje ongedaan maken.
‘Dan is hij beroemd,’ besluit Jop. ‘Sjesus, en bij zo iemand thuis zit ik nu op de bank chips te eten en tv te kijken!’

 

Jop is een vlotte kerel die al snel populair is bij de rest van de klas. Niet in de laatste plaats bij de meisjes. Nu Jop de vriend is van Kester gaat er een wereld voor hem open. Opeens komt ook hij in contact met meisjes. Zelfs Suze, het meisje waar hij al zo lang in stilte verliefd op is, lijkt bereikbaar.
De klas van Kester gaat op schoolkamp. Natuurlijk heeft de juf een mooi programma in elkaar gezet. Maar een groepje jongens heeft zo zijn eigen programma. Een nachtprogramma, dat heel stiekem moet worden afgewerkt.
Als iedereen slaapt gaat het groepje op bezoek in de meisjesslaapzaal. En Kester mag mee! Helaas wordt de ontmoeting tussen de jongens en de meisjes door de juf verstoord. Alle jongens weten op tijd te vluchten, behalve… Kester. Noodgedwongen zal hij de nacht in de meisjesslaapzaal moeten doorbrengen. Maar daardoor gebeurt het onvoorstelbare. Kester wordt een held! En Kester zou Kester niet zijn als hij daar niet volop van zou profiteren.

Tot zover zit het mee in Kesters leven.

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Al een tijdje maken zijn ouders ruzie met elkaar. Als Kester terugkomt van het schoolkamp krijgt hij te horen dat zijn vader en moeder hebben besloten tot een proefscheiding. Nout, de vader van Etje, gaat voorlopig alleen op een kamer wonen.
Kester ziet zijn veilige, comfortabele leventje in duigen vallen. En dat mag niet gebeuren, vindt hij. Hij bedenkt dan ook een fantastisch plan om zijn ouders weer bij elkaar te brengen.
Maar helaas. Wat hij zo mooi heeft bedacht, gaat helemaal mis. Als een zwerver komt Kester op straat terecht. Daar komt hij in aanraking met een merkwaardig drietal. Echte zwervers: Zwaan, Grom en Pienter.
Ze lijken aardig. Maar zijn ze dat wel echt? Of hebben ze misschien minder vriendelijke plannen met Kester?
En dan valt bij de moeder van Kester een briefje in de bus. Een briefje waarin in ruil voor Kester om losgeld wordt gevraagd…

Terug

 

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact