De laatkomer

Dimitri Verhulst, De laatkomer
Uitgeverij Atlas Contact
Amsterdam / Antwerpen
192 pagina’s
ISBN 9789025441463
€ 16,95

Désiré Cordier is een vreemde vogel in Home Winterlicht, een tehuis voor demente bejaarden. Hij is namelijk niet dement maar heeft er met zijn volle verstand voor gekozen het te worden. Het was het best denkbare alternatief voor de laatste jaren die nog moesten komen en een huwelijk dat allang zo dood was als een pier.

Iets bedenken is een, iets uitvoeren is een andere kwestie. Daar is moed, concentratie en doorzettingsvermogen voor nodig. De beste gelegeneheid om met dementeren te beginnen, deed zich voor toen Désiré op een gezinsfeest er door zijn vrouw op uitgestuurd werd een taart te gaan halen. Hij kwam terug met een broodrooster. Vanaf dat moment bouwde hij zijn dementie langzaam uit. Hij zette de vuile was bij het afval, theezakjes verdwenen in de wc-pot en de thermoskan werd gevuld met tomatensoep. Toen hij een trendy winkel met allerlei kleren ‘in psychotische kleuren’ verliet zonder te betalen werd hij stante pede opgenomen. Hij is dan geslaagd in het ‘geloofwaardig neerzetten van een compleet seniele senior’.   

Dimitri Verhulst kan met zijn ‘gezonde’ Désiré Cordier eens goed binnen kijken in een vergaarbak van menselijke ellende. Hij spaart niets en niemand in een tehuis waarin oude, demente mensen ‘hun straf moeten uitzitten’. Met Cordier als infiltrant kan hij de toestanden uit de eerste hand en met een kritische blik beschrijven. Daarbij doopt hij zijn pen per zin in het soort vitriool waar hij het patent op lijkt te hebben. Hij is de geëngageerde cabaretier die met hilarische, rauwe, ontroerende en absurde scènes zijn gram haalt. De grappen en grollen stuiteren over de bladzijden. Schrijnend, bevrijdend en erg leuk.  

Een van de bewoners is Walter de Balt, een collaborateur van ruim 100 jaar oud, ‘een landkaart vol levervlekken’. Hij noemt hem ‘Kampcommandant Alzheimer’, drijft hem in het nauw, maakt hem wijs dat er pers voor de deur staat, dat hij alsnog gepakt wordt voor zijn moorden in de oorlog. De man schreeuwt het uit van angst. De verpleging denkt dat het is omdat hij een stukje brood heeft laten vallen. Of Désiré vertelt over het geheugenkoor, een kennelijk zinvolle therapie die op de een of andere manier altijd uitloopt op het zingen van vunzige liedjes.

Demente bejaarden willen nogal eens ontsnappen. Speciaal hiervoor is er op het terrein van het tehuis een bushalte weggezet, voorzien van bankje en reistijden. Hier strijkt er geregeld een neer om na verloop van vergeefse wachttijd binnen geroepen te worden voor een kop koffie waarna hij dan weer snel vergeten is dat hij wilde vertrekken. Een effectief slimmigheidje dus. Vervreemdend is het moment dat Désiré in het bushokje vergezeld wordt door een medebewoner die hem helder wijst op zijn gebrekkige acteerprestaties.

Onvergetelijk is de laatste ontmoeting met zijn dochter die hem vertelt dat dit de laatste keer is dat ze elkaar zien - want wat heeft het nog voor zin? Heel anders dan hij van haar verwacht had, gaat ze scheiden van haar man. Hij realiseert zich dat zijn dochter doet wat hij zelf veel eerder had moeten doen. Hij reageert zoals je dat van een dementerende, oude man mag verwachten – namelijk niet – maar hoe graag had hij nu als vader even iets anders gezegd.   

Weinig scènes zijn bedoeld voor publiek waardoor de lezer een voyeur wordt, die van alles ziet waar hij geen weet van heeft of hoort te hebben. Soms is er zelfs de neiging in te willen grijpen, bijvoorbeeld als een vrouw met mondkanker rauwe biefstuk voorgezet krijgt. Soms is er het pijnlijke besef van de menselijke vergeefsheid of – om met Verhulst te spreken – de helaasheid der dingen, zoals bij de hoogleraar biologie, gespecialiseerd in de resistentie tegen bepaalde antibiotica, die ‘nu zo tureluur als het Spaanse middaguur’ is: hij houdt een plakboek uit de Miauw bij terwijl zijn vrouw vrijt met de slager.  

Uitendelijk zal het slecht aflopen met Désiré Cordier, de oud-bibliothecaris die alle titels, auteurs en onderwerpen onthield. Hij mag dan zijn 74e verjaardag in het tehuis vieren, zich laten verzorgen door een ‘luid kwakende kontenwasser met een door onderbetaling aangetast humeur’ nadat hij erin geslaagd is ’s nachts in zijn bed te poepen, alles wijst erop dat hij vroeg of laat de Styx over zal steken, zoals hijzelf bij herhaling zegt. Hij torst zijn last met zichtbaar genoegen terwijl de lezer volop mee mag genieten. 

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact