De helleveeg

A.F.Th. van der Heijden, De helleveeg
De Bezige Bij, Amsterdam
244 pagina’s
978 90 234 8391 5
€ 18,50

In de roman De helleveeg wordt Tiny van der Serckt opgevoed door haar oudste zus Hanneke. Korte tijd later krijgen Hanneke en haar man zelf een zoon, Albert Egberts jr., hoofdpersonage in De tandeloze tijd, de reeks waarmee A.F.Th. van der Heijden veel indruk maakte in de jaren ’80. Met deze nieuwe roman voegt hij na lange tijd een nieuw deel (5) toe. En evenals de andere personages uit de eerdere kronieken wordt ook Tiny, Tientje Poets voor intimi, bepaald niet geflatteerd maar waarschijnlijk wel naar het leven getekend.

Aanvankelijk wonen ze allemaal in het kleine huis in de Eindhovense wijk Stratum (dichtbij Geldrop) waar Albert ‘als een eendje achter haar aan waggelde’.  Hij is overal bij, ziet veel, onthoudt gesprekken tot in detail. In deze terugblik op haar leven voorziet hij zijn tante in de eerste en laatste zin van haar felgele stofdoek die ze altijd bij zich heeft om er ‘een terloopse veeg mee over de armleuningen van het meubilair te vegen’. Het verzwegen onrecht van haar vader, moeder, Hanneke en haar man moet immers opgeruimd worden. Alles moet aan kant, waarbij ze steeds haar machtigste wapen inzet: haar venijnige tong.
Waar Tiny komt, wordt de boel opgestookt, verbaal en virtuoos. De dialogen in deze roman zijn heerlijk, het vuige zit in ieder woord, de confrontaties zijn meedogenloos. Tiny lust ze rauw, of het nu haar moeder is – die ze zelfs als oude  vrouw aan de halsband legt – haar oudere zus Hanneke of haar man Koos Kassenaar. Echt giftig wordt ze als de naam van Nico van Dartel valt, de man die haar op haar 14e verkrachtte, waarna ze ‘geholpen’ werd door een vrouw met vuile handen en rouwnagels, ergens boven een viswinkel, tot de dood er bijna op volgde. Hier ligt de bron van alle kwaad. 

De kleine Albert is erbij als jonge mannen werk maken van zijn mooie tante, maar hij ziet ook hoe ze haar laten vallen als blijkt dat ze onvruchtbaar is. Wanneer ze er dan toch in slaagt een man aan zich te binden, wordt haar trouwdag weer versjteerd door dit ‘gerucht’. Ze blijven samen maar vechten elkaar iedere dag het kot uit met eenzelfde verbitterde woordenstrijd als die tussen George en Martha in Albee’s Who’s afraid of Virginia Woolf, zij het dat Koos zijn vrouw nauwelijks partij geeft.  

Tegen het einde van de roman vertelt Albert hoe Tiny op de crematie van Hanneke uit de doeken doet dat de kinderloosheid een eeuwig twistpunt tussen hen beiden geweest is (zoals in Who’s afraid) maar dat Koos in de loop der jaren meer dan zestig kinderen op de wereld gezet heeft. ‘Hij heeft zijn overspel … ook het handwerk, via de bank … verzwegen om mij, onvruchtbaar zielenpietje, niet voor het hoofd te stoten.’  Ze maakt hem af. Met zulke tenenkrommende toespraken op de verkeerde momenten speelt Van der Heijden eenzelfde spel met de conventies als regisseur Thomas Vinterberg in de film Festen, waarin een vader op zijn zestigste verjaardag door zijn zoon en plein public beschuldigd werd van incest.   

De helleveeg is een roman van angst, pijn en humor geworden. Albert krijgt beetje bij beetje in de gaten hoe de vork in de steel zit. In eerste instantie was hij te jong om de gesprekken te volgen, maar hij komt allengs dichter bij zijn tante. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zij bezorgt hem zelfs opnieuw zijn  impotentie, maar het lijkt erop dat zij hem de kunst der eloquentie met de paplepel ingegoten heeft.   

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact