Leve het been!

Max van Rooy, Leve het been (snijtijd 90 minuten)
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam
239 pagina’s
ISBN 978 90 446 2112 9
€ 14,95

In een snijtijd van 90 minuten is het gedaan met het rechterbeen van journalist en schrijver Max van Rooy (Voorburg, 1942). Er was geen andere oplossing voor de woekerende bottumor in zijn bovenbeen. Wat volgt, is een leven na het been dat begint op de Amsterdamse ziekenhuiskamer met uitzicht op de Haarlemse St Bavokerk en de kerktorentjes van Abcoude. Tien dagen later ziet hij zichzelf in de spiegel van een lift als een incompleet mens het ziekenhuis verlaten, op weg naar het revalidatiecentrum aan de Overtoom. Intussen heeft het spookbeen hem duidelijk gemaakt dat het zich nog wel een tijdlang met verontwaardigde pijnscheuten zal blijven roeren.   

In korte hoofdstukken kijkt Van Rooij terug op de voorbije tien jaar. Zijn vrouw Hedwig leed aan de ziekte van Alzheimer, moest opgenomen worden in een tehuis voor jong-dementerenden. De weg naar het verzorgingshuis is lang en pijnlijk. Kees Verweij, oudoom van de schrijver, schilderde haar toen ze nog niet leed aan Alzheimer, hoewel ze er dicht tegenaan zat. Hij had haar ‘ontluikende onbereikbaarheid’ al wel gezien, en ook geschilderd: ‘Op de twee portretten is haar blik van binnenuit op onscherp gesteld, tot brekens toe’.  Het waren zijn laatste atelierportretten.

Adembenemend is het fragment waarin Van Rooij vertelt hoe hij Hedwig na een glas wijn en een slaappil de trappen van zijn huis opdroeg. Halverwege moest hij op adem komen. Het deed hem denken aan de lijdende Christus in de armen van de troostende Maria. Hij voelde zich nooit zo eenzaam.

Hij neemt haar liefdevol en geduldig mee op zijn tochten naar onder meer Italië om materiaal te verzamelen voor de biografie van de architect Berlage, zijn grootvader. Minutieus beschrijft hij hoe hij na zo’n reis ’s nachts op het Centraal Station in Amsterdam met geweld wordt overvallen, terwijl de nietsvermoedende Hedwig alleen richting huis stiefelt. Uiteindelijk vindt hij haar daar, beschaafd rechtop zittend op de vensterbank, in haar mooie suèdejasje, zonder sleutel, met haar starende blik waarvan hij wist dat die ‘vol barsten zat’. Dat is mooie, spannende literatuur.

In de tijd dat Hedwig erg ziek was, ontmoette Van Rooij zijn 26 jaar jongere vrouw Anita tijdens een opnamedag voor een kunstprogramma over gevangenisarchitectuur. Het wordt zijn nieuwe, grote liefde. Hij kan nauwelijks geloven dat dit hem overkomt. Het levert hem ook schuldgevoelens op. Samen met hun twee zoons wonen ze in het mooie huis aan het Rusland, een straat in het centrum van Amsterdam. Als hij hier na de operatie terugkomt, beklimt hij moeizaam de trappen naar zijn werkkamer helemaal bovenin. Dit huis, waar hij 30 jaar gewoond heeft, zal hij moeten verkopen, maar niet aan de eerste de beste. Ook hieraan zitten mooie, beeldende herinneringen vast.   

Leve het been is een indrukwekkend relaas, een verhaal over persoonlijke drama’s die je zomaar kunnen treffen en een warm geluk dat je – ook zomaar – in de schoot geworpen kunt krijgen. Van Rooij bewaart een beschermende, soms ironische distantie tot de drama’s, schrijft bewonderend over Hedwig, Anita, Amsterdam en zijn Ruslandhuis. Als hij een half jaar na de operatie met zijn vrouw, een vriendin en hun beide zoons naar de Algarve gaat, beziet hij met het oog van de buitenstaander dit ‘intrigerend groepje mooie, gelukkige mensen, onder wie een man in een rolstoel’. Zij dragen in alles bij aan het ‘groots gevoel van onkwetsbaarheid’ dat hem op dat moment overvalt.

Al met al is er maar weinig  wat hem dan nog ‘werkelijk treurig’ maakt, behalve de gedachte dat hij niet meer kan verdwalen in een of andere stad. En dat is voor deze voormalige adjunct-hoofdredacteur, kunst- en cultuurredacteur en architectuurcriticus van NRC Handelsblad een groot verlies.   

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact