Feest van het begin

Joke van Leeuwen, Feest van het begin
Uitgeverij Querido, Amsterdam, 2012
247 pagina’s
ISBN 978 90 214 4201 3
€ 18,95

In oktober 1789 marcheren duizenden Parijse vrouwen door de stromende regen naar Versailles waar de koning en zijn vrouw rouwen ‘om hun aan tering gestorven kleine troonopvolger, uitgemergeld begraven voor een bedrag dat tienduizenden brood waard is’. Ze dwingen het gezin hen te volgen naar de hoofdstad  met achter de koets ‘wagens vol zakken meel die in de opslagplaatsen zijn gevonden’. Missie geslaagd, tijd voor Het feest van het begin, de met de AKO literatuurprijs bekroonde roman van Joke van Leeuwen.

Tegen de achtergrond van de bewogen Parijse revolutie leert de wees Catho lezen en schrijven van een jonge non die van de ene op de andere dag uit het hospice verdwijnt. Ook Catho vertrekt, scharrelt haar kostje op straat bij elkaar, vindt onderdak bij een kunstenaar die haar met ontblote borst schildert. Hij heeft geen succes met zijn afbeelding van de nieuwe vrijheid. Catho verlaat hals over kop zijn huis als hij stikt in een graat van een vis die zij voor hem klaargemaakt heeft. 

In de tussentijd wordt Berthe, de lieve non die Catho leerde lezen en schrijven, geconfronteerd met de gevolgen van de revolutie. Ze is van goede komaf. Haar ouders zijn vertrokken naar het buitenland zonder een adres na te laten ‘want ze dachten dat het veiliger was om niet te vertellen waar ze naartoe zijn’. In het grote huis woont Léon met zijn gezin op de eerste etage. Hij is aanvankelijk de onderdanige huisknecht uit vroeger tijden, maar hij verpersoonlijkt de emancipatie van het volk. Geleidelijk aan neemt hij het hele huis in beslag. Zijn groeiende zelfvertrouwen gaat gepaard met een toenemende lompheid. Uiteindelijk wordt Berthe de toegang tot haar huis helemaal ontzegd.

Het is met name haar gelatenheid die niet vanzelfsprekend geloofwaardig is. Ze ondergaat haar neergang van de eerbiedwaardige dochter van welgestelde ouders tot verstoten exponent van de bezittende klasse zonder een spoor van verontwaardiging of verzet. Als lezer zou je haar toch graag enig weerwerk zien leveren, maar het zou weleens zo kunnen zijn dat Van Leeuwen op deze manier een jonge, intelligente vrouw als Berthe (B.E.M.N.O. de B., haar volle ‘beladen achternaam’ wordt niet bekend) met ogen van toen getekend heeft als de jonge, zelfbewuste en naïeve vrouw die zich gelukkig prijst dat ze later zal kunnen zeggen erbij te zijn geweest ‘op dat feest waar men hoort te zijn als men zijn eigen tijd liefheeft’.

Er is nog een andere vriendschap die opbloeit tijdens de woelige beginjaren van de Franse revolutie. De jonge pianofortebouwer Tobias en de koninklijke beul Charles-Henri vinden elkaar in de muziek. Iedere week spelen ze een avond samen (klavecimel en viool). Als het pasgeboren kindje van Tobias en zijn vrouw onverwacht sterft, troost Charles hen door vast te stellen dat hun geen blaam treft – geen inwendige bloeding, geweld of verkeerd voedsel – en dat ze dus niets anders kunnen doen ‘dan de raadselen van het opperwezen te aanvaarden’.

Als wederdienst helpt Tobias zijn vriend met de constructie van een nieuw instrument om misdadigers terecht te stellen. Dat gebeurde nog met de bijl, maar de Nationale Vergadering vond dat het tijd werd voor een ‘humanere, modernere, dus machinale methode van decapiteren’.  Ze ontwikkelen samen de guillotine. Deze hoofdstukken fascineren van begin tot eind. Charles legitimeert zijn vak van scherprechter tegenover Tobias, Tobias legitimeert zijn medewerking aan de guillotine tegenover zijn vrouw. Beiden slagen er niet in alle twijfel weg te nemen en de lezer kan er goed mee leven. 

Van Leeuwen heeft vier personages geplaatst in de jaren rondom een omwenteling. Ze speelt met hun afkomst, confronteert rijk met arm en maakt de lezer deelgenoot van hun getob. Goed vakmanschap toont ze als ze met het perspectief ook van stijlregister wisselt zodat Catho  werkelijk denkt en doet als een  volksmeisje dat zich alleen moet zien te redden en Tobias handelt als de bevlogen musicus die stiel, esthetiek  en eer op elkaar af moet zien te stemmen.  Al met al een is dit een roman over de niet opgepoetste ervaringen van (jonge) mensen midden in de jaren van ‘de nieuwe vrijheid’ waarbij de lezer het moet doen met het vermoeden dat het om het Parijs in tijden van revolutie gaat. Universeler kun je het niet maken.

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact