Maria Stahlie, Scheerjongen
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2011
231 pagina’s
ISBN 978-90-446-1722-1
€ 17,95

Je kunt van Maria Stahlies nieuwste roman Scheerjongen uiteraard vinden wat je wilt, maar niet dat de schrijfster altijd even zorgvuldig met de taal is omgegaan. Zo heeft ze het over ‘de grootste helft’,  voelt iemand zich ‘geënerveerd als een dronken hond in de mist’, spreekt ze over ‘de’ Italiaan en ‘hun’ inborst, en lukt het oogleden die al gesloten zijn toch nog om zwaarder te worden. En dit alles is terug te vinden in het eerste hoofdstuk.

Het verhaal begint ermee dat de Italiaanse opa van de bijna vijftienjarige Aldo Rossi, het zinledige zwelgen in liefdesverdriet van zijn kleinzoon beu, hem bij zijn oor pakt en op een stoel zet om hem eens degelijk te scheren en in één moeite door de oren te wassen. Het quasidiepzinnige gebabbel van grootvader (hij, oud-bokser, geeft de jongen een paar stevige stompen en zegt dan dat zo’n pak rammel een normaal kind ‘bevrijdt en optilt omdat hij erdoor in contact komt met een nieuw richtsnoer, met een béter richtsnoer!’) mist zijn uitwerking op de knul niet. Vaarwel kinderjaren, grotemensenwereld, hier kom ik aan!
Vervolgens ontrolt zich een coming of age-verhaal zoals dat al zo vaak, en met indrukwekkender hoofdpersonen, is verteld. Aldo hopt van de ene onbeantwoorde liefde in de andere, probeert zich krachtige houdingen aan te meten die zijn puberonzekerheid moeten camoufleren en rolt zo zijn zestiende levensjaar binnen.

Een schoolproject – Aldo is een brave vwo-leerling – verplicht de kinderen tot een maatschappelijke stage, wat voor Aldo betekent dat hij een aantal woensdagen thee mag rondbrengen in een verzorgingstehuis. Onvermijdelijk wordt Aldo opnieuw hevig verliefd. Dit keer op de oudere verpleegster Monica van Montfoort, een kreng voor haar collega’s die haar als een hoer bestempelen. Waar dat op stoelt wordt niet duidelijk, maar voor Aldo maakt het ook allemaal niet veel uit. Zijn adoratie brengt hem ertoe langs haar huis te fietsen en haar te volgen een winkel binnen, zodat hij haar ‘toevallig’ tegen het lijf kan lopen. Eén keertje laat ze hem aan de rand van haar leven toe, maar echt dichtbij haar komt de puber niet.

In het verzorgingstehuis zit ook een zekere Laszlo Metzla , tijdelijk daar geplaatst, want eigenlijk hoort hij der niet gezien zijn conditie. De man is catatonisch als gevolg van een fraai staaltje levensmoe handelen. Dat maakt hem bij het personeel tot een populaire praatpaal en ook Aldo zoekt hem regelmatig op om tegen hem aan te kletsen en zijn zielenroerselen bloot te leggen. Deze emoties worden pas de laatste vijftig pagina’s de moeite waard, als de jongen een schokkende ontdekking doet die zijn veilige leventje op zijn kop zet.

Het lijkt erop dat Maria Stahlie vond dat er, hoewel het onderwerp voor een grote roman ontbrak, weer een nieuw boek moest komen. Eigenlijk is het verhaal van Scheerjongen meer een gegeven voor een kort verhaal dat door de schrijfster tot ruim tweehonderd bladzijdes is opgerekt. Dat doet zij, Maria Stahlie, vaardig, al schuwt zij, Maria Stahlie, een enkel stilistische eigenaardigheid niet.
Stahlie heeft in de voorbije jaren met succesvolle romans een flinke lezersschare opgebouwd. Zij zullen van Stahlies vakmanschap, dat zij ook in Scheerjongen laat zien, evengoed kunnen genieten. Scheerjongen is ook geen slecht boek, daarvoor beheerst Maria Stahlie haar vak te goed, het is alleen weinig verrassend. Laten we hopen dat ze met haar volgende roman weer wat grootser uitpakt en ons na dit tussendoortje weer zal weten te overrompelen.

Rien Broere


 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact