Nescio, Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes
Facsimile van een door Johan Eshuis geïllustreerde uitgave (uit 1938)
Bezorgd door (met nawoord van) Lieneke Frerichs
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2011
160 pagina’s
ISBN geen
€ 29,95

In 1961, vijftig jaar geleden, overleed J.H.F. Grönloh, beter bekend onder de schrijversnaam Nescio. Honderd jaar geleden, in 1911, publiceerde hij het verhaal De uitvreter in het literaire tijdschrift De Gids. In 1918 verscheen dit verhaal samen met de verhalen Dichtertje en Titaantjes in één band in een oplage van 500 exemplaren. Tien jaar later waren er nog maar 300 van verkocht. Pas in de tweede helft van de vorige eeuw groeide Nescio uit tot een van de belangrijkste Nederlandse auteurs. In 2007 stond zijn verhalenbundel in de top tien van beste Nederlandstalige boeken.

De biografe van Nescio, Lieneke Frerichs, hoorde bij toeval van een uitgave die geïllustreerd was door de Nederlandse kunstenaar Johan Eshuis. Ze was direct gewonnen toen ze de 68 pentekeningen zag in de marge, soms door de tekst heen of op lege pagina’s. De meeste waren ingekleurd. Uitgever Nijgh en Van Ditmar besloot ter gelegenheid van 100 jaar De uitvreter een exacte kopie van de bundel uit te brengen, een zgn. facsimile, in een oplage van 3000 exemplaren.  

Het is niet de eerste keer dat kunstenaars zich hebben laten inspireren door Nescio’s verhalen maar dit is toch wel iets heel bijzonders. De tekeningen leiden niet af, verstoren geen fantasieën maar vallen samen met hoe deze personages eruit moeten hebben gezien; zo was het dus en niet anders.
Japi, de hoofdfiguur uit De uitvreter, de man die nergens van leeft, niets doet, hele dagen langs de waterkant zit, op kosten van z’n vrienden leeft, hun sigaren rookt, hun kachels stookt, hun schoenen draagt, met iedereen spot die zich druk maakt, deze Japi werd getekend in een versleten pak, lange regenjas,  onderuit gezakt in een stoel op de zolderkamer van zijn vrienden, in de straten van Amsterdam en Zierikzee, op de Waalbrug in Nijmegen te midden van attributen als de potkachel, een zak tabak of het plankje met boterhammenworst, suiker en thee dat Japi in korte tijd soldaat maakt en waarvoor zijn vriend Bavink zo gesappeld had. De tekeningen worden somberder naarmate het verhaal vordert en eindigen met de lugubere briefjes die Japi in zijn Nijmeegse kamer achterlaat.

Voor de vele liefhebbers van Nescio is het bezit van deze bundel een waar feest. Ze zullen hem overal mee naartoe slepen - anderen moeten immers even meekijken - en telkens zullen ze zich opnieuw in deze wonderlijke verhalen verliezen, al was het alleen maar om de mooie en beroemde beginzin van De uitvreter weer tegen te komen: Behalve den man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact