Arthur Japin, Vaslav
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 2010
374 pagina´s
ISBN 978-90-295-7297-2
€ 21,95

Vaslav Nijinski was een uit Rusland afkomstige balletdanser, die begin van de vorige eeuw triomfen vierde. Hij was vooral beroemd om een bepaald soort sprong die menig toeschouwer de illusie gaf hem te hebben zien zweven, en berucht om zijn durf van de gebaande paden in de dans af te wijken en zelfs met zijn bewegingen te provoceren.

Arthur Japin maakte hem tot hoofdpersoon in zijn nieuwste roman Vaslav zonder daarbij overigens hemzelf echt het woord te geven. Japin vertelt Nijinski’s verhaal vanuit het perspectief van drie mensen die intensief met hem te maken hadden. Allereerst de bediende Peter, verder zijn oud-minnaar en inmiddels grote vijand Sergej Diaghilev, en ten slotte Nijinski’s vrouw Romola.

Het verhaal concentreert zich op 19 januari 1919, de dag dat Nijinski, tot opwinding van menig balletliefhebber,  in Sankt Moritz eindelijk weer eens een dansvoorstelling zal geven. Het zal zijn allerlaatste optreden blijken. Midden in de voorstelling houdt hij ermee op met de woorden: ‘Nu is het kleine paardje moe.’

In Japins bekende sierlijke stijl laat hij de drie betrokkenen hun eigen leven en in het verlengde daarvan hun relatie met Nijinski overdenken, te beginnen met Nijinski’s bediende Peter, als hij heel vroeg op die 19e januari zijn voorbereidingen voor de grote dag begint. Langzaam werkt Japin naar het dramatische moment later die dag toe. Over Nijinski zelf komen we aanvankelijk zelfs niet zo heel veel te weten, maar dat doet niets af aan het zichtbare plezier waarmee Japin zijn stilistische vaardigheden etaleert.

Vaslav Nijinski werd aanvankelijk letterlijk en figuurlijk omarmd door de vermaarde Diaghilev, een man die verantwoordelijk was voor grote tentoonstellingen, concerten en voorstellingen in de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij haalde Nijinski bij zijn Russische balletgezelschap en gaf hem daarin een prominente plaats. De relatie slaat om in vijandschap als Nijinski op de boot naar Argentinië – een tocht die Diaghilev niet durft te maken – kennismaakt met Romola en al snel na aankomst overzee met haar trouwt.

Het is jammer dat Japin niet vertelt wat er aan boord van het schip tussen beiden is voorgevallen dat hen tot geliefden maakte. Blijkbaar konden ze niet met elkaar converseren omdat ze elkaars taal niet machtig waren, maar toch treden ze al heel snel in het huwelijk. Dan moet er toch iets heel bijzonders tussen de twee zijn gebeurd, iets waar Japin zijn fantasie op los had mogen laten.

De delen van Peter en Romola worden in de ik-vorm vertelt, voor dat van Diaghilev neemt een verteller ons bij de hand. Welk perspectief Japin ook kiest, zijn vertellers zijn zonder uitzondering begaafde stilisten. Ook de eenvoudige bediende Peter is begiftigd met de gave van het woord. Achteloos allitererend doet hij verslag.

Bij Nijinski werd schizofrenie geconstateerd. Zijn vrouw Romola vertelt over de moeilijkheden hem thuis te kunnen verzorgen en de harde jaren van de Tweede Wereldoorlog. Nijinski hulde zich voornamelijk in stilzwijgen, maar Romola bleef voor hem zorgen, ook al bracht het hun aan de rand van de financiële afgrond en moest ze geld bij elkaar bedelen.

Liefhebbers van het werk van Japin – en dat zijn er veel – worden met Vaslav niet teleurgesteld. Voor wie nog niet eerder iets van hem las, is dit een fijne roman om kennis met hem te maken. Het is een compact, gestileerd verhaal dat op een geloofwaardige manier inzicht geeft in de drijfveren achter menselijk handelen en de twijfels, angsten en verlangens die daarbij een rol spelen.

Rien Broere


 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact