Marente de Moor, De Nederlandse maagd
Uitgeverij Querido, Amsterdam 2010
297 pagina´s
ISBN 978 90 214 4029 3
€ 12,50

Marente de Moor schreef met De Nederlandse maagd een roman over de gebroken vriendschap tussen een Duitse oud-officier Egon von Bötticher en de Nederlandse arts Jacq die hem in WO-I behandelde voor zijn in de strijd opgelopen zware verwondingen.

Het verhaal speelt zich twintig jaar na dato af. Het is de zomer van 1936. De 18-jarige Janna, zij is de dochter van de arts, reist met de trein van Maastricht naar Aken om op het landgoed Het Raeren schermlessen te krijgen van diens oude vriend Egon, inmiddels een gevestigde maître in de schermwereld, vertegenwoordiger van de oude Duitse adel, een teruggetrokken man, gehavend door littekens en met uitgesproken opvattingen over het schermen als de levenskunst om te doden.
 
Jacq – z’n achternaam wordt niet genoemd – beveelt zijn dochter bij hem aan in een brief waarin al direct duidelijk wordt dat Egon zijn vriend van toen verwijten maakt, maar het wordt niet helemaal duidelijk waarom het gaat. Het zou kunnen dat hij tijdens z’n behandeling niet meer in de gelegenheid was zijn mannen aan het front bij te staan, het zou ook kunnen dat Jacq hem de mogelijkheid ontnam om terug te keren naar het slagveld, de plek waar hij z’n onschendbaarheid kon bewijzen en waar – anders dan men doorgaans aanneemt – niet de chaos maar de grootst mogelijke ordening heerste, aldus Egon.

Hoe het ook zij, via Janna kan Egon zich wreken op zijn voormalige vriend, niet alleen door haar beter te leren schermen en dus te leren doden wat indruist tegen de opvattingen van een arts, maar ook door haar bijvoorbeeld kennis te laten maken met het Duitse schermritueel van de Mensur waarbij het – ook weer anders dan de gangbare praktijk van een arts – de bedoeling is dat je een blijvende, zichtbare beschadiging oploopt.
 
Janna is van Egon onder de indruk, staat hem zelfs toe haar te ontmaagden, wat hij zonder veel aandacht voor haar gevoelens doet. Met Janna als de Nederlandse maagd wordt direct verwezen naar de titel van de roman maar met haar komt ook de Nederlandse onafhankelijke en dus maagdelijke positie tijdens WOI ter sprake. Ook werd Egon door Julia, zijn grote liefde van toen, als een mooie maagd beschreven die ze naar het front zag vertrekken maar ze zag hem niet meer thuis komen, dus ja, wat weerhield haar ervan te trouwen met een andere man waarmee zij op haar beurt het vuur der wraak bij Egon ontstak. Evenals Jacq vertrouwt Julia haar zoons, de tweeling Siegbert en Friedrich, aan Egons zorgen toe, wat echter uitloopt op een broedermoord doordat een van beiden het zeer tegen de zin van de ander aanlegt met de Nederlandse maagd en dat is geen bijzonder goede zet in tijden van de naderende WO-II.
 
 De dreiging van de oorlog treedt steeds meer op de voorgrond met  typisch nationalistische motieven als rituelen, tradities, vriendschappen, mysteries, wrok of de boete die kinderen doen voor de fouten van hun ouders, zoals Julia het stelt. Een mooie verwijzing naar WOII is te lezen in het verruïneren van Egons spullen door studenten, wat klonk als glasgerinkel zoals tijdens de Kristallnacht in 1938. 

In deze roman gaat het ook om het oude gezag dat zich tegen het einde van het interbellum neer zal moeten leggen bij de brute machtsovername van Hitler en zijn intimiderende SS. Als symbool van de fysieke overgave – want geestelijk blijft Egon fier overeind – wordt het behang van de wanden gescheurd en de begroeiing van de tuin op de schop genomen zodat alles in een maagdelijke staat achterblijft.

De roman begint en eindigt met een van de brieven die Jacq aan Egon schreef, een mooi staaltje van ouderwetse romankunst. Brieven bieden immers een uitgelezen kans lezers te informeren over onuitgesproken zaken, over hoe de vork werkelijk in de steel gezeten heeft. Dat is ook hier het geval en het is daarom ook meer dan de moeite waard deze boeiende en bekroonde roman tot de laatste jota te lezen.
 

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact