Margriet de Moor, De schilder en het meisje
De Bezige Bij, Amsterdam 2010
ISBN 978-90-2345-749-7
 € 18,90

In 1664 tekende Rembrandt een terechtgestelde vrouw, een meisje nog, op het Amsterdamse schiereiland de Volewyck. Ze hangt als een lappenpop vastgesjord aan een paal. Naast haar hangt een bijl. Voordat je de roman De schilder en het meisje van Margriet de Moor leest, zou je  deze tekening eens goed moeten bekijken. Je wordt er alvast onrustig van.

Het gaat hier om Elsje Christiaens, een meisje van 18, afkomstig uit Jutland, het noorden van Denemarken. Ze kwam begin april in Amsterdam aan in de hoop werk te vinden. Het liep anders. Ze sloeg na enkele dagen in een vlaag van blinde razernij de slaapvrouw dood bij wie ze een kamer huurde.
Het meisje wordt gevolgd op haar reis van Jutland naar Nederland. Dat was een tocht over koude winterse zeeën en door barre sneeuwlandschappen. Niets wijst erop dat we hier met een gewelddadig meisje te maken hebben. Integendeel, ze is zachtaardig en zich nauwelijks bewust van haar charmes. Ze wil vooral naar Amsterdam om haar stiefzus terug te zien.

Op de dag van haar vonnis is een schilder begonnen aan een werk dat later bekend zal worden als het Joodse bruidje. Hij wordt volledig in beslag genomen door zijn plan haar kleding vooral veel rood mee te geven. Als hij ’s morgens op weg is naar de winkel waar hij z’n doek en verf koopt, ziet hij de drukte richting de Dam. Hij weet dat er een jong meisje terechtgesteld wordt, maar laat het van zich afglijden. Zijn enige zoon vertelt hem later op de dag het hele relaas.

De schilder gaat ’s avonds naar het galgenveld om uit de losse pols de tekening te maken van het dode meisje dat juridisch gesproken geen begrafenis verdiend heeft, maar een gênant verval aan een paal. En wat ziet die tekening van Rembrandt er dan anders uit.  
Het is een prachtige roman geworden, een kroniek van een aangekondigde dood, en dat al meteen vanaf de eerste zin. Met een geduldige pen laat De Moor de timide Elsje Christiaens de 17e eeuwse rechtsgang doorlopen. Onverwacht bijt het meisje van zich af op de ure des doods zoals ze ook bijna vanuit het niets de oude slaapvrouw aan spaanders hakt. Werkelijk meeslepend beschrijft ze de volle liefde van de schilder voor z’n vrouw die hij recentelijk aan de pest moest prijsgeven.

Alle scènes lopen in elkaar over, van de grijze kou op zee tot de warme kleurengloed op schilderijen, van het doffe rumoer op straat tot de sombere stilte in het atelier, van het volle licht tot de diepste duisternis. De ene keer zou je graag langer willen blijven, de andere keer kun je van ellende niet snel genoeg maken dat je wegkomt uit dit dagje Amsterdam, de stad van Rembrandt, want hoewel zijn naam nergens genoemd wordt, is hij het waarover iedere pagina van deze roman gaat. 

Maarten van Boxtel

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact