Hotel du Nord

Remco Campert, Hôtel du Nord  
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2013
135 pagina’s
ISBN 978-90-234-84102-3
€ 17,90

In Hôtel du Nord in het Noord-Franse kustplaatsje Duneville zocht Walter Manning de eenzaamheid. Hij kwam rechtstreeks uit Berlijn waar hij gelauwerd werd als scenarioschrijver van de film De verzoening. Met een eenvoudig briefje  - ‘Ik ben weg’ – nam hij afscheid van steractrice en vriendin Nora Dorée en regisseur (en vriend) Mike Groenewey.  Ze hadden dit niet zien aankomen. Bij het doen en laten van deze drie personages spint Remco Campert in zijn novelle Hôtel du Nord zijn melancholieke garen.

Manning is net zestig jaar geworden, maar belangrijker vond hij de bevrijding van 762 dagen van geheelonthouding. Ooit liep hij een kwetsuur op nadat een schrijver over hem zei dat zijn poëzie niets voorstelde. Sindsdien schreef hij geen gedichten meer, maar ‘schrijven was waarschijnlijk het laatste automatisme dat hem los zou laten’. Hij had geen talent voor meesterwerken waarvoor het uithoudingsvermogen en heilig geloof ontbrak. Grote woorden als liefde en eenzaamheid hadden voor hem weinig betekenis. Zijn gebrek aan zelfvertrouwen speelde hem parten, maar hoe graag zou hij niet ‘uit het clair-obscur van de onzekerheid onbeschroomd het éclair van de zekerheid’ ingaan.  

Zijn hele leven was een vergeefse poging geweest te vluchten: van zichzelf, zijn schrijftalent, zijn pleegouders, de dood van zijn ouders. Ook in Hôtel du Nord lukte het hem niet te ontsnappen, deze keer echter met een bemoedigend resultaat, waarbij vooral zijn dromen hem wakker schudden. Op zijn laatste avond in het hotel droomde hij van zijn ouders die hij nooit gekend heeft. ‘Het was alsof ze me trachtten te bereiken. Er was een en al warmte om me heen. Of misschien trachtte ik hen te bereiken.’

De relatie met de veel jongere Nora Dorée was allang een aflopende zaak: ‘ze leefden ieder in hun eigen tijd en zouden elkaar nooit bereiken’.  Ook zij tobde met haar ouders die gescheiden zijn en voor wie ze een soort plichtmatige liefde opbracht. Vlak voor een belangrijke première van een moeilijk toneelstuk werd haar vader na een zware hartaanval opgenomen in het ziekenhuis. Haar moeder kwam ervoor over uit Antwerpen, waar ze samenwoonde met een kunstschilder. Ze vertrouwde haar dochter toe dat ze haar ex-man in ieder geval dankbaar was dat hij haar ‘zo´n mooie talentvole dochter heeft geschonken’.  Voor Nora werkte dit compliment averechts, alsof ze ergens  tekortschoot, zoals ze ook tegenover haar vader voortdurend ‘het schuldige gevoel had  tekort te schieten’.  De ironie wil dat ze als toneel- en filmactrice zichzelf wel kon laten zien.  

Campert geeft het toeval de ruimte. Toeval moet je namelijk ‘herkennen als het op je weg kwam’, laat hij een van zijn personages denken. Het lijkt erop dat dit bij Manning het geval was, toen hij – bij toeval – in de Brasserie de la Presse in Duneville Xavier Audran ontmoette, een karikatuur van de lokale journalist met de snor van Brassens en stevige drankwallen, een vlinderdas met gele stippen, vergroeid met Duneville, mede-eigenaar van het bioscoopje waar ook porno vertoond werd.  Manning ging in op zijn uitnodiging voor een interview voor de wekelijkse rubriek ‘Ontmoetingen’ in de Clairon du Nord. Dat was bijna verzoeken om opsporing. Door toeval werd zijn verblijf bekend bij Henri Donk, Nederlands journalist van onder meer het roddelblad Shame&Fame, waarna het pakken van de koffers door Manning dichtbij kwam.    

Fraai zijn de korte ontmoetingen tussen Manning en hotelhoudster Germaine Lecouvreur. Haar ouders kochten het hotel na de oorlog. Ze hadden elkaar ontmoet tijdens de opnames van de film Hôtel du Nord, waarin haar vader een klein rolletje als vluchtelingetje uit Barcelona had, ‘wees geworden in de Spaanse burgeroorlog’. Op een van de vele gesigneerde foto’s van acteurs en actrices huppelde haar moeder als klein meisje langs het hotel. In de begin van hun hoteltijd  kwamen er veel acteurs uit Parijs, allemaal bekenden van haar ouders. ‘Maar op den duur gingen die toch liever naar de Côte d’Azur.’  
In zo’n gesprek – en op deze manier – heeft  Campert niet veel woorden nodig om het gedoe van zijn personages naar het leven te tekenen. Er schuurt altijd wel iets tussen hen en de anderen. Hier is het vooral het ‘diep verlangen om verloren te raken’ van Walter Manning dat doel treft. Hij heeft het  allemaal mooi klein en fijn opgeschreven. Dit is Campert ten voeten uit. Leest hem voorzichtig en graag twee keer.

Maarten van Boxtel 

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact