De vergelding

Jan Brokken, De vergelding. Een dorp in tijden van oorlog.
Uitgeverij Atlas Contact, 2013
382 pagina’s
ISBN 978-90-450-2271-0
€ 19,-

Op 10 oktober 1944 deed zich in het Zuid-Hollandse Rhoon (IJsselmonde) een incident voor dat tot op de dag van vandaag zijn sporen na heeft gelaten. Drie Duitsers en hun twee Nederlandse liefjes liepen ’s avonds over de Rijsdijk naar huis. Het was aardedonker. Een van de Duitsers raakte een loshangende hoogspanningskabel. Als vergeldingsmaatregel executeerde de bezetter zeven Rhoonse burgers.      

Belangrijke vraag is of de kabel door sabotage of toeval losgeraakt is. Voor beide mogelijkheden waren in de oorlog genoeg redenen te bedenken. Toeval trok zich nergens iets van aan, verzet was een zaak van wikken en wegen. Dat weten we inmiddels uit allerlei bronnen en je kunt je afvragen of een nieuw verhaal nodig is om dit opnieuw uit te leggen. Het antwoord is kennelijk bevestigend, want de belangstelling voor het boek De vergelding. Een dorp in tijden van oorlog van schrijverJan Brokken is groot en de reacties zijn zonder uitzondering positief.

Hier moet iets bijzonders aan de hand zijn en dat is ook zo. Het valt direct op hoe verrassend het drama en zijn implicaties voor Jan Brokken zelf zijn. Hij bracht zijn jeugd door in Rhoon, maar merkte er niet veel van. Pas nadat hij in 2004 via oud-verzetslieden vertrouwelijke rapporten inzag, ontdekte hij ‘een andere oorlog dan die waarover hem verteld was’. Hij reconstrueerde de gebeurtenissen waarbij hij bepaald niet over een nacht ijs gegaan is. Zijn vroegere buurjongen,  Bert G. Euser, deelde zijn jarenlange research met hem, zijn zoektocht in historische documenten, gesprekken met 185 ooggetuigen, met nabestaanden van slachtoffers en familieleden van direct betrokkenen. 

Met dit materiaal kon Brokken de feiten aftasten, zijn hypothesen formuleren. In zijn ogen was er zonder meer sprake van sabotage. Drie mannen komen voor de daad in aanmerking, onder wie een onverschrokken verzetsheld die het gevaarlijkste werk gedaan had maar zich niet altijd rekenschap gaf van de consequenties. Hij opereerde vaak alleen. Er moeten echter slagen om de arm gehouden worden, want  de schrijver beschikt ‘over geen enkel doorslaggevend bewijs’.

In Rhoon liepen wel dertig moffenhoeren rond. Een van de bekendste was Dirkje de Ruyter. Haar man deserteerde, vluchtte naar Engeland. Zij hadden drie kinderen, onder wie een zwaar gehandicapte zoon. Dirkje kreeg geen uitkering, probeerde aan werk te komen. Toen dat niet lukte, zocht ze contact met de Duitsers. Tegenover deze versie staat de uitspraak van haar buurjongen op Het Sluisje, de plek waar de gebeurtenissen zich afspeelden: ‘Dirkje kon niet zonder man. Ze moest een man over de vloer hebben.’ Ook het spoor van de omgekomen Duitser Ernst Friedrich Lange wordt gevolgd. Hij was 17 jaar, woonde in Jörnstorf in Mecklenburg-Vorpommern, oogde op foto’s als een verlegen jongeman. Gedegen onderzoek dwingt tot nuancering, bewijst dit boek.   

Volgens Brokken moet het in Rhoon onmogelijk geweest zijn om niet met Duitsers om te gaan. Je kwam ze overal tegen – bij de bakker, bij de dokter – en vaak waren ze vriendelijker dan de stugge Rhoonse boeren en tuinders. Hij stelt dat hij blij is niet in de schoenen van de directeur van de vlasfabriek gestaan te hebben. Hij leverde aan de Duitsers, maar hield daarmee naar eigen zeggen 60 gezinnen in leven hield. Diezelfde directeur nam het als enige op voor de mannen die op het punt stonden geëxecuteerd te worden. Hij mocht er toen direct bij gaan staan. Ook zocht Brokken nabestaanden van de geëxecuteerde burgers op, oude mensen inmiddels, zoals de negentigjarige Alie Marcelis-van Steggelen die haar man Dries verloor bij de executie.

Het is ook een moedige onderneming om de kleine, stilgehouden geschiedenis te achterhalen van het dorp waar je zelf vandaan komt. In NRC Handelsblad (15 maart 2013) zegt Brokken dat zijn vroegere overbuurman hem vroeg waarom hij met de moffen meepraatte. In Rhoon voelde men niet veel voor het oprakelen van de kwestie, hield men het liever bij het toevallig losraken van de hoogspanningskabel als gevolg van een storm, maar ja – tekenend voor de manier waarop de schrijver te werk gegaan is – het archief van het KNMI meldt op die dag zonnig weer en windkracht 3.

Voor de schrijver moet Rhoon in de zeven jaar die hij aan het boek gewerkt heeft van gedaante veranderd zijn, en  toch – onder verwijzing naar het motto van zijn autobiografie Mijn kleine waanzin – ‘ook al is hij alles vergeten, het dorp zal hij zich blijven herinneren’

Maarten van Boxtel


 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact