Schuim

Robert Anker, Schuim
Uitgeverij Querido, Amsterdam 2014
302 pagina’s
ISBN 978 90 214 5492 4
€ 19,99

Jaren geleden stond er in een weekblad een strip van Kamagurka. Op verschillende plaatjes zien we een man in een telefooncel. Elke keer belt hij weer een ander met een fantastische belofte (‘Ik betaal je morgen alles terug, met rente!’ ‘Ik weet het nu zeker: jij bent de grote liefde van mijn leven!’ enz.), om op het laatste plaatje voor een aanstormen de vrachtwagen te stappen met de woorden: ‘Ik heb gevoel voor drama, maar het moet wel goed voorbereid zijn.’ Onwillekeurig moest ik daaraan denken bij het lezen van de zelfmoordscène in Ankers nieuwste boek Schuim. Niet Kamargurkiaans komisch bedoeld weliswaar, gezien het waarom van de noodlottige handeling, maar getuigend van een groot gevoel voor drama. Het is Ankers kwaliteit dat zelfs die gebeurtenis niet larmoyant of breed uitgemeten wordt, maar binnen de perken van zijn verhaal blijft.

Schuim is een luchtig iets, opgeklopt en grotendeels gevuld met lucht. Die luchtigheid dringt door Ankers stijl bij tijd en wijle – en op de goede momenten – in de vertelling door, maar ook weer niet zo dat het inhoudsloos wordt en de boel betekenisloos uit elkaar spat. Dit Schuim is een stevig verhaal over de wereldberoemde violiste Lisette Wagenaar – de gelijkenis met Janine Jansen is opzettelijk – die op een dag aan het eind van een concert opgebrand voor de voeten van Jaap van Zweden in elkaar zakt en voor langere tijd het spelen eraan moet geven. Het geeft haar de ruimte zich op haar liefde voor en de relatie met de getrouwde dominee Niels Hemming te concentreren.

Die verhouding moeten ze voor de buitenwereld verborgen houden omdat dominee Niels de schaakvriend van Lisettes vader is. En die laatste – havenbaron Dirk Wagenaar – is een man met wiens luimen niet te spotten valt. Hij is overigens ook een man die bij het verwezenlijken van zijn zakelijke idealen er niet voor terugdeinst nu en dan de wettelijk gebaande paden te verlaten. Maar ook op menselijk vlak is Dirk vaak onbehouwen of ronduit bot, en dan hangt er ook nog eens een incestueus vleugje om hem heen als het gaat om de omgang met Lisette toen ze zes jaar was. ‘Een gelukkige jeugd met een droevige toets’ is de kernachtige omschrijving van de kinderjaren van de violiste.

‘Muziek is als schuim,’ denkt Lisette, ‘je kunt er prachtige bellen van blazen, iriserend, doorzichtig en pats, dan zijn ze weg.’ Hoe kwetsbaar en ongrijpbaar al dat moois ook is, voor Lisette is het ’t belangrijkste in haar leven, ook al betekent het dat ze ervoor moet lijden. Haar liefde voor muziek is een andere dan die ze voor anderen voelt – voor de dominee, voor haar vader – maar grootser en dwingender. In feite worstelen alle personages in Schuim met de rol van de liefde in hun leven en ze komt dan ook in veel varianten voorbij: onvoorwaardelijk, lichamelijk, opofferend en vernietigend.

Dit grote thema verpakt Anker in een verhaal dat zich afwikkelt als een soap, met een reeks aan figuren die niet ongeschonden uit hun strijd met het leven zijn gekomen en waar wel iets aan mankeert, maar die het schuimige karakter van de soap ontstijgen door de manier waarop Anker ze neerzet, de vaart die hij de gebeurtenissen weet te geven, de soepele overgangen van het ene personage naar het andere en de achtergrond waarmee hij hun levens inkleurt waardoor ze meer dan vluchtige passanten worden. En hoe uitvergroot sommige karakters dan ook mogen zijn, allemaal voeren ze hun strijd, zoeken ze zingeving en houden ze de moed erin. Dat wil zeggen, allemaal op één na dan. Maar zoals ‘havenbaron, waaghals, verliezer en opkrabbelaar’ Dirk Wagenaar aan het eind van het boek nuchter opmerkt: ‘Nou ja, iedereen heeft zijn sores’, om het geheel met een groot feest in de Schouwburg af te sluiten. Het tekent de sfeer van het boek als blijkt dat dit lawaaierige gedruis een opmaat is voor een moment van verstilling waarin Lisette eindelijk haar vader weet te raken.

Rien Broere

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact