Juf & co deel 5

December 2015 verscheen bij uitgeverij Clavis het vijfde deel van de serie Juf & co:Een vuurvliegje met een verlengsnoer.
De tekeningen zijn gemaakt door Marjolein Hund.

Het schooljaar is bijna voorbij, maar er staat de klas van het vriendengroepje Emma, Aysel, Saimi, Lucas en Stan nog iets leuks te wachten: ze gaan met hun juf op schoolkamp. Meester Graus, mevrouw Wrzlinski en Theo, de vader van Stan en sinds kort de vriend van juf Greet, gaan ook mee.
Op de kampeerboerderij komen juf Greet en haar kinderen op het spoor van een eeuwenoud, kostbaar geheim. Een geheim dat ze tot op de bodem willen uitzoeken. Jammer genoeg zijn ze niet de enigen. Iemand zit hen dwars en probeert er met de buit vandoor te gaan. Wie is deze raadselachtige figuur? En wat zal de klas ontdekken als het geheim wordt ontrafeld?

Onder de recensies is een fragment uit het boek te lezen.

RECENSIES

Biblion (recensies voor bibliotheken) oordeeelt:
Een verrassende ontknoping sluit dit vlot en met humor en enthousiasme geschreven verhaal af. De vele taalgrapjes zullen de kinderen wel weten te waarderen. De vijf hoofdpersonen komen goed uit de verf, inclusief hun bijzondere, positief ingestelde juf Greet. De paginagrote, licht karikaturale zwart-witillustraties passen goed bij de tekst. Het vrij kleine lettertype en de volle bladspiegel kunnen voor sommige kinderen een drempel zijn, maar eenmaal aan het verhaal begonnen, zal dit bezwaar snel verdwijnen. Geheimzinnige omslagtekening in kleur. Leuk schoolverhaal dat zowel jongens als meisjes zal weten te boeien.

De site leestafel.info:
Het is een verhaal boordevol humor, met gezellige en grappige dialogen, die heel leuk zijn om zelf te lezen of om voor te lezen. 
Omdat Lucas een hoofdrol heeft, is hij ook degene die het best uit de verf komt. Zijn personage is heel herkenbaar. Voordat het zover is dat ze op kamp gaan, maakt hij zich druk: hij heeft soms last van bedplassen. En hij is bang in het donker! Hij weet: ze liggen allemaal op een grote slaapzaal. En natuurlijk zijn er activiteiten in het donker op zo'n kamp. Hij maakt zich grote zorgen, maar praat er met niemand over. Ook niet met zijn vrienden. Of juist niet met zijn vrienden.
Zo’n juf als juf Greet willen alle kinderen wel hebben! Groep 7 is dan ook heel blij als er een oplossing komt, nu hoeven de kinderen niet expres te blijven zitten...

De site nicetips4kids.nl schrijft over het boek:
Yes, wij zijn verkocht na het lezen van dit boek! Het boek is avontuurlijk, spannend én superleuk! Het kan niet anders dan dat de andere boeken van ‘Juf en co’ ook minstens zo leuk zijn als dit boek. Binnenkort zullen we dan ook eens bij de bieb kijken voor de overige delen.
Op de achterkant van het boek staat dat je dit boek niet kunt wegleggen voordat je de laatste bladzijde hebt gelezen en dat is inderdaad zo: dit boek wil je gewoon het liefste in één keer uitlezen! Echt een topboek voor iedereen vanaf 9 jaar!

En dit vindt de website wijtestenhet.nl ervan:
Zodra wij Een vuurvliegje met een verlengsnoer zien, zijn we direct enthousiast. Wij hebben namelijk al eerder met veel plezier het eerste deel uit de Juf & Co serie gelezen: De juf die buitenspelen als huiswerk opgaf.
Het verhaal is spannend, maar bevat ook de nodige humor. Dat kan haast niet anders met een vrolijke juf die net wat anders is dan andere juffen. De tekst is prima te lezen voor kinderen vanaf ongeveer negen jaar, maar dan moeten ze ook echt wel van lezen houden. Wie eenmaal een boek heeft gelezen uit de serie Juf & Co zal ongetwijfeld staan te trappelen om de andere delen ook te lezen!

Fragment uit 'Een vuurvliegje met een verlengsnoer'

Kriebelschapen

‘En wat betekent dit bord. Jeffrey?’
Juf Greet heeft een grote plaat met alle verkeersborden erop aan het
bord gehangen. Het is de bedoeling dat ze ze zo langzamerhand allemaal
kennen. Ook borden waarvan Stan zich afvraagt waar je die ooit zou kunnen
tegenkomen. Vallende stenen, bijvoorbeeld. Alsof het kan gebeuren dat
het opeens kiezelstenen gaat regenen. Of een bord dat waarschuwt voor
overstekende koeien.
Vallende koeien, bedenkt Stan, dat zou nog eens een leuk bord zijn.
‘Eh …’ Jeffrey neemt een aanloop. ‘Dit bord betekent …’
Links en rechts schieten vingers de lucht in. Maar de juf weigert Jeffrey
te laten ontsnappen.
‘Het is een rond bord met een rode rand,’ helpt ze. ‘Dus het is sowieso…’
‘Verboden om iets te doen?’ zegt Jeffrey. Aan de toon waarop hij het
zegt, hoor je dat het meer raden dan weten is.
‘Juist,’ zegt de juf. ‘Een verbodsbord. Dit bord is rond, heeft een rode
rand en er staat een fiets in getekend. Dat kan maar één ding betekenen:
verboden voor …’
‘Fietsers!’ roept Jeffrey opgelucht.
‘Helemaal goed!’ complimenteert de juf hem.
Alle vingers zakken weer. Alleen die van Loes blijft in de lucht zweven.
‘Ik mis een bord, juf,’ zegt ze, als ze de beurt heeft gekregen.
‘O?’ zegt juf Greet verbaasd. ‘Welk bord dan?’
‘Het is een rond bord, helemaal rood vanbinnen en met een witte rand,’
zegt Loes.
‘Rood met een witte rand …’ herhaalt de juf. Ze schudt even met haar
hoofd om haar in de war gebrachte gedachten op een rijtje te krijgen. ‘Ken
ik niet,’ geeft ze na een paar seconden toe.
‘Een bord tomatensoep!’ lacht Loes.
Twee tellen blijft het stil. Dan barst juf Greet in lachen uit, al snel gevolgd
door de meeste kinderen.
‘Die kende ik nog niet,’ lacht ze. ‘Dat is een goeie!’
Nog voor iedereen uitgelachen is, voelt Stan zijn hand de lucht in gaan.
Daar heeft hij niet over nagedacht, dat besloot zijn arm helemaal op eigen
houtje.
‘Ik ken ook een mop,’ zegt hij.
‘Ik ook!’ wordt er van alle kanten geroepen.
‘Ho,’ zegt juf Greet. ‘We waren bezig met verkeersles, niet met moppenles.
Maar vooruit, eentje dan. Stan, jij was eerst.’
‘Meneer Van Epscheuten rijdt op zijn fiets,’ begint Stan. Hij probeert
de mop precies zo te vertellen als zijn vader altijd doet. ‘Opeens springt
er een agent voor zijn neus. “Ho, meneertje!” zegt de agent. “Stapt u maar
eens eventjes af.” Meneer Van Epscheuten stapt af. De agent loopt op zijn
gemak een rondje rond de fiets van meneer Van Epscheuten. “Hmmm,”
zegt hij. “Uw licht doet het niet. Er zit geen bel op. De bagagedrager zit los.
Uw zadel staat scheef … Dat gaat u vijfendertig euro kosten, meneertje!”
“Oké,” zegt meneer Van Epscheuten. “Kunt u mij ook zeggen wanneer hij
klaar is?”’
Het gelach stijgt op als een rookwolk boven een kampvuur.
‘Die meneer Van Epscheuten heeft een probleem,’ zegt juf Greet als ze
uitgelachen is. ‘En over problemen gesproken, laten we maar eens kijken
wat jullie van je huiswerkopdracht gemaakt hebben. Ruim je verkeersspullen
maar op en pak je huiswerk erbij.’
Stoelen worden verschoven. Laatjes gaan open en dicht. Stemmen mompelen.
Voeten schuifelen. Blaadjes ritselen. En dan wordt het weer stil.
Ook Stan leverde zijn bijdrage aan het geroezemoes. Uiteindelijk heeft
hij zelfs een blaadje uit zijn tas gehaald, net als de anderen. Bij hen staat
erop wat ze van de huiswerkopdracht hebben gemaakt. Bij hem staat het
blaadje vol met namen van landen en hun hoofdsteden. Oud huiswerk.
En nu maar hopen dat juf Greet hem overslaat.
Juf Greet laat haar blik over de hoofden van de kinderen gaan. ‘Jullie
zouden een oplossing bedenken voor een probleem …’ – haar ogen blijven
even op Stan rusten – ‘als het goed is, tenminste. Laat maar eens horen wat
jouw probleem is … Lucas.’
‘Mijn probleem is kriebeltruien,’ leest Lucas voor. ‘Mijn oma breit weleens
een trui voor me, maar als ik die aandoe, begint het over mijn hele
lijf te kriebelen. En dat is heel vervelend.’
Hier en daar klinkt instemmend gemompel. Er zijn meer oma’s die
truien breien.
‘Maar omdat mijn oma die speciaal voor mij heeft gebreid,’ gaat Lucas
verder, ‘moet ik hem van mijn moeder aandoen als oma op bezoek komt
of wij bij haar op visite gaan. Ik haat kriebeltruien.’
Juf Greet heeft hem met een glimlach om haar mond aangehoord. Ze
knikt.
‘Een serieus probleem,’ geeft ze toe. ‘Maar nu ben ik heel benieuwd naar
je oplossing.’
‘Een trui wordt gemaakt van wol. Wol komt van schapen. Dat zijn dus
kriebelschapen,’ zegt Lucas. ‘Er moet een nieuw soort schapen komen.
Antikriebelschapen. Die geven antikriebelwol. En daarvan kan mijn oma
dan truien breien die niet kriebelen.’
‘Goed gedaan!’ zegt juf Greet. Ze klapt erbij in haar handen. Meteen
neemt de klas het over. Het applaus is als een zwerm vogels die klapwiekend
opvliegt.
Tevreden knikkend neemt Lucas de hulde in ontvangst.
‘De volgende,’ zegt de juf. ‘Wie wil? Aysel.’
Aysel schraapt haar keel. ‘Oorlog is een groot probleem. Mensen schieten
en vechten en maken elkaar dood. Dat is heel erg en heel veel mensen
moeten vluchten. Die hebben dan geen eten en drinken meer. En er gaan
ook onschuldige kinderen dood en andere gewone mensen. Daarom is
oorlog een groot probleem.’
‘Zeg dat wel,’ stemt juf Greet in. ‘Ik ben benieuwd of je daar een oplossing
voor hebt weten te bedenken.’
‘Ik hoop het,’ zegt Aysel. ‘Ze moeten eerst alle geweren en kanonnen
en zo inleveren. En al die wapens moeten dan worden vernietigd. En dan
moeten ze met elkaar afspreken dat ze nooit meer ruziemaken, want dat
is nergens voor nodig.’
‘Maar als ze dat toch doen?’ vraagt de juf. ‘Hoe lossen we dat dan op?’
‘Ja, dat weet ik ook niet zo goed,’ geeft Aysel toe. ‘Dan moeten ze maar een potje
vier op een rij tegen elkaar spelen of zo. En de winnaar heeft dan gewonnen.’

‘Een heel origineel idee,’ vindt juf Greet.
En zo komt er een stoet problemen voorbij, met oplossingen waar een
flinke portie fantasie voor nodig is.
Jeffrey stelt voor: ‘Groentesoorten die alleen maar verzonnen zijn om
kinderen te pesten, moeten een andere smaak krijgen. Spruitjes met pannenkoekensmaak,
bijvoorbeeld. Of bloemkool die naar ijs met slagroom
smaakt.’
Maar daar gaat Nele meteen met een uitvinding overheen: ‘Speciaal
poeder dat alles waarover je het strooit heel erg lekker maakt. Lekkerpoeder.
En omdat ik het verzonnen heb, word ik heel erg rijk,’ voegt ze eraan
toe.
‘Ik moet altijd veel te vroeg naar bed, terwijl mijn ouders klagen dat
ze moe zijn,’ is Sems probleem. ‘Mijn oplossing is dat we ruilen. Papa en
mama op tijd naar bed en ik wanneer ik daar zin in heb.’
Emma is de laatste die mag vertellen wat haar probleem is en welke
oplossing ze bedacht heeft.
‘Ik heb een tante Jo,’ begint ze.
‘Ik ook!’ lacht Loes.
‘Ja, maar dat is niet mijn probleem,’ gaat Emma verder. ‘Het probleem is
dat ze, als ze mij ziet, mij een zoen geeft. Maar dat zijn altijd van die natte
kledderzoenen. Brrr.’ Emma rilt nu ze eraan denkt.
‘Ik ken het probleem,’ lacht juf Greet. ‘Het liefst wil je dan meteen met
je mouw je hele gezicht afvegen, maar dat doe je niet om je tante niet te
beledigen. Ik ben benieuwd naar je oplossing.’
‘Ik dacht aan wangbeschermers,’ zegt Emma.
‘Wangbeschermers.’ Juf Greet proeft het woord. ‘Klinkt goed.’
‘Doorzichtige stukken plakplastic die je snel op je wang kunt plakken
en er net zo gauw weer af kunt trekken.’
‘En je wangen blijven droog!’ begrijpt de juf. ‘Als ze ooit in de handel
komen, ben ik de eerste die ze koopt. Ik moet zeggen, jullie hebben je huiswerk
prima gemaakt.’ Weer kijkt ze eventjes in de richting van Stan om
eraan toe te voegen: ‘De meesten van jullie dan toch.’
Juf Greet vindt het een mooi moment om de huiswerkbespreking af te
sluiten, maar daar steekt Saimi een klein stokje voor. Zij wil weten of de
juf ook een probleem met een oplossing zou kunnen bedenken.
‘Ik weet wel iets,’ bekent de juf, ‘maar daar weet ik eerlijk gezegd zo
gauw geen oplossing voor.’
Is niet erg, vindt de klas. Maar wat jufs probleem is, willen ze wel graag
weten.
‘Als je volwassen bent, moet je je ook de hele tijd zo gedragen,’ zegt juf
Greet. ‘Neem nou mijn werk als juf. Jullie verwachten overal een antwoord
op en denken dat ik alles weet. En ik dóé natuurlijk ook net alsof dat zo
is. Maar soms … Ik zal een voorbeeldje geven. Als een van jullie naar me
toe komt en klaagt dat die-en-die zit te klieren, dan zou ik ook weleens
gewoon willen zeggen: na-na-nana-nah!’
Terwijl ze het zegt, trekt ze rimpels in haar neus en steekt ze haar tong
half uit.
‘Of,’ gaat ze verder. ‘Of dat ik, als ik daar geen zin in heb, niet voor de
duizendste keer deelsommen hoef uit te leggen, maar gewoon even lekker
een halfuurtje iets voor mezelf mag doen. Een tekening maken of zo.’
Ze heeft haar zin nog maar net afgemaakt, of Saimi springt naast haar bank.
‘Kom maar zitten, juf,’ lacht ze. ‘Ga maar even zitten tekenen of zo, dan
leg ik de deelsommen wel uit. Probleem opgelost.’
‘Echt?’ zegt de juf. Ze klinkt eigenlijk al best als een kind. ‘Ja, nee, dat kan
niet. Dan gaat de klas zitten … eh, hoe zeg ik dat netjes … zitten klooien.’
‘Nee, hoor,’ zegt Saimi. ‘Dat doen ze echt niet.’
De meeste kinderhoofden schudden driftig nee. Saimi loopt naar de
kast waar de tekenblaadjes in bewaard worden. Ze pakt er een, geeft het
aan de juf en wijst naar haar tafeltje.
‘Ga maar zitten en teken maar iets moois,’ zegt ze.
‘Oké, juf,’ grinnikt juf Greet. ‘Wat zal ik eens tekenen?’
‘Dat mag je zelf weten,’ besluit juf Saimi. ‘Of weet je wat? Maak maar
een mooi zelfportret. Of een portret van iemand anders. Meester Graus,
bijvoorbeeld.’
Juf Greet gaat aan Saimi’s tafeltje zitten.

Saimi slaat op het bureau van de juf een rekenboek open en zegt tegen
de klas dat ze bladzijde negenenvijftig van hun rekenboek erbij moeten pakken.
‘Geen zin!’ roept Stan, maar de kinderen om hem heen kijken zo boos
naar hem, dat hij snel besluit ook maar braaf mee te doen. Alsof het de
gewoonste zaak van de wereld is, begint Saimi de eerste deelsom uit te leggen.
Juf Saimi doet het precies zoals juf Greet het ook zou doen. Alleen is
die er op dit moment met haar gedachten niet bij. Ze zit met het puntje
van haar tong tussen haar tanden haar best te doen op een fraaie knobbelneus
boven een vals lachende mond met puntige tanden.
‘Maak het rijtje maar af in je schrift,’ beveelt juf Saimi.
Al snel zit iedereen over zijn werk gebogen de volgende vier deelsommen
te maken. Ze zijn allemaal zo geconcentreerd bezig dat niemand merkt
dat achter in de klas de deur opengaat en iemand binnensluipt. Nou ja,
juf Saimi merkt het wel. Ze slikt als ze ziet dat meester Graus achter in de
klas is opgedoken. Ze wordt een beetje wit rond haar neus. Ze wil net zeggen
dat ze met rekenen moeten stoppen, als ze ziet dat meester Graus zijn
wijsvinger tegen zijn lippen duwt. Niks zeggen, ga maar door, bedoelt hij.
Saimi heeft het gevoel dat ze opeens heel erg naar de wc moet, maar
zomaar weglopen durft ze helemaal niet. Ze schraapt een paar keer haar
keel, in de hoop dat ook iemand anders zal merken dat meester Graus er
is. En dat die iemand juf Greet is. Maar die zit met een brede grijns een
paar wenkbrauwen pikzwart te maken.
‘Stop maar,’ zegt Saimi dan maar.
‘Ja, hallo, ik ben geen rekenmachine,’ roept Stan. Meedoen alsof Saimi
de juf is, vindt hij oké, maar dan moet ze hem wel de tijd geven om serieus
mee te doen.
‘Leg allemaal je pennen neer,’ zegt Saimi bars. Waarom luisteren ze nou
niet?
‘Klaar!’ klinkt een stem. De stem van een groot kind. De stem van juf
Greet. Ze houdt haar tekening omhoog, zodat Saimi die goed kan zien.
Maar Saimi reageert niet. Ze kijkt met een strakke blik naar iets achter in
de klas.
Lucas heeft de tekening wel gezien. ‘Dracula!’ roept hij enthousiast. ‘Wat
goed!’
‘Ahum,’ doet Saimi.
‘Ja,’ lacht juf Greet, ‘ik dacht meester Grau…’
Saimi schiet in een raar soort hoestbui. Ondertussen wijst ze met een
voorzichtig vingertje naar achter in de klas. Met nog altijd een brede glimlach
om haar mond draait juf Greet zich om op haar stoeltje. Nog altijd
houdt ze haar tekening triomfantelijk in de lucht.
‘Ah … eh … o …’ is alles wat juf Greet weet uit te brengen, terwijl haar
glimlach afzakt. ‘Meester Graus. U hier?’
‘Ja, ik hier, juffrouw Van Overbeek,’ zegt meester Graus snauwerig. ‘Ik
ben aan het werk. Dat kunnen we van u blijkbaar niet zeggen.’
‘Ikwasikwildeikbedoel …’ hakkelt juf Greet terwijl ze opstaat.
Saimi glipt gauw achter haar langs, haar eigen bankje in.
‘Ik zag wel wat u aan het doen was,’ zegt meester Graus. ‘U was aan het
tekenen, hè? De kinderen zijn hard aan het werk en u neemt er heerlijk
uw gemak van. Een van de kinderen mag uw werk opknappen.’
‘Het was … Het was een huiswerkopdracht,’ probeert juf Greet uit te
leggen.
‘Het lijkt er meer op dat u dacht: ik hou deze klas alvast voor gezien,’
zegt meester Graus.
Juf Greet begrijpt blijkbaar meteen wat hij bedoelt. En ze is ook meteen
haar onzekerheid kwijt.
‘O nee!’ roept ze. ‘Natuurlijk niet! Ik heb het ze nog niet eens verteld.
Ik heb het ze niet eens dúrven vertellen!’
Meester Graus kijkt de klas rond. Hij ziet hoe alle kinderen hem met
een vragende blik aan zitten te staren. Waar gaat dit over? zie je ze denken.
‘O, maar ik wel, hoor,’ zegt meester Graus zacht. Zo zacht dat het een
beetje gemeen klinkt.
Hij loopt met grote passen tot hij voor de klas staat.
‘Luister,’ begint hij. Alsof er ook maar iemand is die zou durven níét
te luisteren. ‘Het gaat over volgend jaar. De klassenverdeling. Ik kan jullie
met plezier mededelen dat jullie volgend jaar in de klas zitten bij …’ – hij
laat een stilte vallen – ‘juffrouw Wrzlinski!’

 


Terug naar Juf & co ...................... Terug naar Home

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact