Hebbes!

Hebbes!

Oktober 2012 verscheen bij uitgeverij De Eenhoorn het vijfde deel van de serie De Verlegenstraat: Hebbes! (9+)
De tekeningen zijn gemaakt door Riske Lemmens.

Korte inhoud:

Linda is dol op huisdieren. Maar haar broertje heeft een allergie. In plaats van een hond of een kat, kreeg Linda een goudvis voor haar verjaardag. Op een dag vindt Linda een gewond poesje. Stiekem verzorgt ze het diertje in het tuinhuis. Het is echter niet makkelijk om zoiets geheim te houden. Al snel gaat het veel beter met de poes, die Linda Hebbes noemt. Linda wil het dier graag houden. Maar op een dag hangt er een poster met een foto van Hebbes aan de boom in de Verlegenstraat. Eronder staat 'Vermist: Noortje'. Linda beseft dat ze de poes moet terugbrengen...

 

Fragment uit 'Hebbes!'

Linda loopt aan de rand van de wijk. De wind duwt zachtjes in haar rug. Hij maakt haar haren door de war. Hij blaast de vervelende gedachten aan hoe ze werd uitgelachen uit haar hoofd.
Hoog in de lucht zeilen twee vogels. Het zijn net snippers papier.
Een fietser passeert haar. Bij iedere trap die hij doet klinkt gekraak en gepiep. Een oude fiets. Of iemand met oude knieën, dat kan natuurlijk ook.
De fietser laat een stilte achter. Nou ja, een buitenstilte. Een stilte die gevuld is met kleine geluiden. Het dichtslaan van een deur. Het verre knetteren van een brommer. Het zoemen van een vliegtuig. Het wèh-wèh-huiltje van een baby.
Om dat laatste moet Linda glimlachen.
Even wordt het weer stil. Dan klinken opnieuw een paar huilkreetjes. Stilte. Gehuil. Stilte. Gehuil. Stilte.
Het babygejammer is een stippellijn van geluid.
Het is het enige dat Linda nog hoort. Ze kijkt om zich heen en vraagt zich af waar het vandaan komt.
Nergens is er dichtbij een huis met een open raam te bekennen. De stoep is leeg. Geen moeder met een kinderwagen.
En toch klinkt het gehuil tamelijk dichtbij.
Soms doe je iets zonder dat je er een echt besluit voor hebt genomen. Linda gaat op zoek naar waar het gehuil vandaan komt.
Ze houdt haar hoofd schuin. Alsof de geluidjes op deze manier gemakkelijker in haar oor kunnen vallen.
Linda blijft staan. Haar wenkbrauwen duwen een verbaasde rimpel in haar voorhoofd. Hoort ze het goed?
Het babygehuil komt van vlakbij.
Het babygehuil komt vanuit de struiken, laag bij de grond.
Maar is het wel het huilen van een baby?
Eigenlijk klinken de kreten te scherp, te vals.
Haar handen duwen de takken van de struik voor haar opzij. Achter de struik is een strook donker zand. Daar ligt, languit op haar zij, een poes. De vacht van het beestje is spierwit. Alsof ze van sneeuw is gemaakt.
Maar wat nog meer opvalt, is de staart. Die is namelijk grijs-zwart gestreept. Het lijkt wel alsof die van een andere kat is geweest en er later is aangenaaid.
Linda zakt door haar knieën.
De poes tilt haar hoofd op. Haar bovenlip schuift omhoog. Ze laat haar tanden zien. Boos blaast ze in Linda’s richting. Maar dan begint ze plotseling te krijsen.
Van zo dichtbij lijkt het helemaal niet meer op het huilen van een kind. Het is het scherpe geluid van een poes met pijn.
Nu pas ziet Linda dat haar linkervoorpoot voortdurend trilt.
Linda steunt met haar hand op de grond. Ze laat haar hoofd bijna tot op de grond zakken.
En ze schrikt.
Vanonder de voorpoot van de poes breidt zich een grote vlek uit over de borst van het beest. Een donkere vlek vuil bloed.
‘Ach, arm poesje,’ zegt Linda zacht. ‘Wat is er gebeurd?’
De poes tilt haar hoofd opnieuw even op. Ze slaat twee keer met haar staart op de grond.
Opeens ontsnapt er weer zo’n krijsende kreet aan de witte poezenkop. Linda schrikt ervan.
Ze wil het dier aaien. Troosten. Maar ze durft niet goed. Voorzichtig steekt ze haar hand naar het dier uit.
De poes miauwt.
Misschien denkt ze dat ik haar nog meer pijn wil doen, bedenkt Linda. Kon ik haar maar iets lekkers geven. Dan zou ze wel begrijpen dat ik haar geen kwaad wil doen.
Linda voelt in haar zakken. Helemaal onderin, verstopt in het puntje, zit een dropje. Het zit een beetje aan de stof vastgeplakt. Ze trekt het los en kijkt ernaar.
Zouden poezen dropjes lusten?
Linda’s moeder koopt af en toe wel eens katjesdrop.
Aarzelend strekt ze haar arm. Heel langzaam brengt ze het dropje dichterbij de poezenneus.
Met een luide kreet laat het beestje opnieuw merken dat ze pijn heeft. Ze ligt echt niet op een dropje te wachten.
Snel stopt Linda het in haar eigen mond. Het smaakt een beetje muf. Het smaakt naar haar broekzak.
De voorpoot van de poes gaat steeds heftiger trillen.
Een golf van medelijden stijgt in Linda op. Het maakt haar moediger dan ze eigenlijk is. Voor de poes haar heeft kunnen afschrikken, heeft ze haar hand op haar vacht gelegd. Heel zacht. De uiteinden van de kattenharen kietelen haar handpalm.
‘Ach toch,’ mompelt ze. ‘Poesje, arm poesje. Heb je zo’n pijn? Je hoeft niet bang te zijn, hoor. Ik doe je niks. ik wil je alleen maar helpen.’
Linda praat tegen de poes, maar ook een beetje tegen zichzelf. Haar hand aait voorzichtig de zij van het dier. Het voelt zacht en warm.
‘Blijf maar rustig liggen,’ zegt ze. ‘Ik Bedenk wel iets.’
De poes laat zich door Linda’s hand en stem kalmeren. Het trillen van de voorpoot wordt iets minder.
Linda’s vingertoppen trippelen over de poezenrug tot achter haar puntige oortjes. Daar beginnen ze zachtjes te krauwelen.
‘Ik ga je helpen, hoor poesje,’ zegt Linda. ‘Ik zal wel zorgen dat het weer goed komt met je pootje.’
Linda hoort het zichzelf zeggen. Ze knikt. Ze is het helemaal met zichzelf eens.
Er is maar één probleempje. Ze zou zo gauw niet weten hóe!

Hebbes! is voor Є 14,50 in de boekhandels of online, bijvoorbeeld bij Het Verboden Rijk (klik hier) te koop. Of bij Bol.com (klik hier). Een heerlijk boek om cadeau te krijgen!


Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact