Archief boekbesprekingen 29 januari 2012

In de uitzending van 29 januari komen de volgende boeken aan de orde:

Julian Barnes, Alsof het voorbij is
Stephan Enter, Grip

Julian Barnes, Alsof het voorbij is
Vertaald door Ronald Vlek
Oorspronkelijke titel: The Sense of an Ending
Uitgeverij Atlas, Amsterdam 2011
158 pagina’s
ISBN 978-90-450-1965-9
€ 18,95

‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil’ schreef Cees Nooteboom in Rituelen. Een mooi beeld om de grilligheid van het geheugen mee te schetsen. En behalve dat het geheugen ons verrast met de onderwerpen die het aandraagt, is het de vraag hoe waarheidsgetrouw onze herinneringen zijn. Over dat thema schreef Julian Barnes Alsof het voorbij is, een roman van niet meer dan 158 pagina’s - maar wel een juweeltje. Een sieraad waarvan de glans nog verder is opgepoetst door de toekenning van de Man Booker Prize 2011.

‘Hoe langer het leven doorgaat, hoe minder er om ons heen overblijven om onze versie [van ons eigen levensverhaal] te bestwisten, ons eraan te herinneren dat ons leven niet ons leven is, maar alleen het verhaal dat wij erover verteld hebben. Verteld aan anderen, maar – voornamelijk – aan onszelf’ is een overpeinzing van Tony Webster, de mannelijke hoofdpersoon van middelbare leeftijd. Hij vertelt het verhaal van zijn leven, te beginnen met zijn middelbare schooltijd. Van het groepje van vier vrienden is Adrian niet alleen de slimste, maar zeker ook de meest intrigerende.

Als de vrienden na hun middelbare school elk hun eigen weg gaan, schetst Tony in grote lijnen hoe het hem verder is vergaan. Hij krijgt een relatie met een zekere Veronica, die nadat zij uit elkaar zijn gegaan door Adrian wordt ingepalmd. Tony, ondertussen, is getrouwd en ook weer gescheiden van Margaret. Het lijkt een leven dat zich weliswaar met onvermijdelijke ups en downs vooral op een voorspoedige en vrijwel rimpelloze manier lijkt te hebben voltrokken. ‘Ik heb overleefd’ is Tony’s conclusie aan het eind van het eerste deel, en dat kan van Adrian niet worden gezegd. Hij heeft zelfmoord gepleegd.

Het tweede deel van de roman speelt in het heden. Tony krijgt een brief van een notaris, met daarin de mededeling dat hij van Veronica’s moeder vijfhonderd pond en het dagboek van Adrian heeft geërfd. Dat document krijgt hij echter niet in handen omdat Veronica het niet aan hem wil afstaan. Als het uiteindelijk tot een ontmoeting tussen Veronica en hem komt, geeft ze hem kopieën van een pagina uit Adrians dagboek en van de brief die Tony aan zijn vriend stuurde nadat die hem toestemming vroeg met Veronica te mogen omgaan. Dan blijken de eerdere herinneringen van Tony door hemzelf te zijn bijgekleurd en de scherpe kantjes ervan afgehaald. De brief die hij Adrian en Veronica schreef is allesbehalve vriendelijk.

‘Geschiedenis is de leugen van de overwinnaars,’ heeft Tony zijn geschiedenisleraar ooit wijsneuzig voorgehouden. ‘Als je maar bedenkt dat het ook het zelfbedrog is van de overwonnenen,’ was het antwoord van de leraar. Tony is op het punt in zijn bestaan aangekomen waarop hij zich afvraagt of hij dat zich wel voldoende realiseert als het om zijn eigen leven gaat. Met terugwerkende kracht is er een ander licht op de waarheidsgetrouwheid van zijn herinneringen gevallen. Dat geldt voor hem, maar zeker ook voor de lezer. De vragen die Barnes daarmee oproept, worden nog indringender als de roman afsluit met een daverende verrassing, die opnieuw een interpretatie van Tony onderuit haalt.

In Alsof het voorbij is pakt Julian Barnes grote thema’s als vriendschap, verandering en de waarde van herinneringen op een overtuigende manier aan. Op subtiele wijze laat hij de inzichten van zijn hoofdpersoon kantelen, ondergraaft hij zekerheden en zadelt hij zijn hoofdpersoon én zijn lezers met intrigerende maar ook verontrustende vragen op, met als meest indringende: hoe eerlijk is het verhaal dat we allemaal van ons leven hebben gemaakt en dat we – waarschijnlijk zelfs voor onszelf – voor waar vertellen.

Rien Broere

Stephan Enter, Grip
Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam, 2011
183 pagina’s
ISBN 978-90-282-4179-4
€ 17,50

Paul en Vincent reizen in mei 2007 vanaf station Bruxelles Midi naar Wales. Ze kennen elkaar onder meer van een trektocht door de Lofoten, een eilandengroep voor de kust van het noorden van Noorwegen waaraan ook Lotte en Martin deelnamen. Dat is twintig jaar geleden. In de tussentijd hebben ze elkaar niet meer gezien. Ze hebben afgesproken elkaar in Wales weer te ontmoeten.

Het eerste deel van de roman wordt beschreven door de ogen van Paul. Tijdens de treinreis herinnert hij zich hoe Lotte op de Lofoten een sneeuwstrook wilde oversteken terwijl dat overduidelijk onverantwoord was. Paul redde haar met gevaar voor eigen leven. Ze bezwoer hem tegenover de anderen vol te houden dat het een ongeluk was.  Later zal blijken dat er een samenhang is met een voorafgaande confrontatie tussen Vincent en Lotte, waarvan Paul dacht dat het om een onschuldige ruzie ging. Pauls herinneringen worden afgewisseld met een discussie over de uitspraak van een hoogleraar dat de onsterfelijkheid binnen handbereik was, impressies van onder meer andere treinreizigers, de passage naar Engeland door de tunnel en de verschillende Engelse stations. 

In de ogen van Paul is Vincent nog steeds dezelfde moeilijk te doorgronden man die met flair contacten legt, een onafhankelijke geest, wispelturig. Dat beeld wordt bevestigd in het tweede deel waarin Martin en Fiona, de dochter van Lotte en hem, op weg zijn naar het station van Swansea om Paul en Vincent op te halen. Martin is intelligent en onzeker, wat blijkt uit bijvoorbeeld de manier waarop hij gesprekken gaande houdt met interessante weetjes en zich dan ineens afvraagt hoe anderen de stilte tussen mensen verjagen.
 
Inmiddels is het duidelijk dat de ontmoeting tussen de mannen niet zomaar een gezellige reünie gaat worden. Ze hebben allemaal hun bedoelingen. Enter stelt de ontmoeting echter uit met herinneringen aan bijvoorbeeld de geboorte van Fiona en de opvattingen van Vincent over het ouderschap zoals hij die twintig jaar geleden vrijelijk ventileerde en die ‘als dazen in Martins geheugen beten’, wat op een prachtige manier zijn gevoeligheid voor de scherpte van Vincent illustreert.   

In het derde deel is het de beurt aan Vincent. Hier komt ook Lotte beter in beeld. Van haar was het idee om naar de Lofoten te gaan. Vincent kende haar van de middelbare school. Ze was niet opvallend, wel onafhankelijk, luisterde naar muziek van de Neue Deutsche Welle, vervalste de handtekening van de rector. Vincent was van haar onder de indruk. Een voorval tussen hen beiden tijdens de tocht was bepalend voor de jaren erna en misschien ook wel voor Vincents sobere visie op de natuur die geen bedoelingen heeft, maar er gewoon is, onverschillig voor wat de mensen ervan vinden.
Het is in dit deel dat de drie mannen elkaar ontmoeten. De beslissing van Martin om het laatste stukje van de weg naar zijn huis langs de kust te voet af te leggen, ondanks de vermoeidheid en zware bagage van Paul en Vincent, leidt tot een zinderende passage over achterdocht en berusting, vriendschap en afgunst.

Grip is een heerlijke mix van reisverhaal, beschouwing en spanning, met echte mensen, die sterk van elkaar verschillen, avonturiers, maar niet overmoedig, en zeer herkenbaar. Het is een roman over vragen naar de manier waarop vriendschap werkt of wat de tijd met ons doet en wat we vergeten en onthouden.  Daarbij is het allemaal zo vanzelfsprekend en geserreerd  verteld dat je voor je het weet de laatste pagina omslaat en je neer moet leggen bij de buitengewoon intrigerende afloop.

Maarten van Boxtel

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact