Archief boekbesprekingen 27 mei 2012

In de uitzending van 27 mei komen de volgende boeken aan de orde:

Chad Harbach, De kunst van het veldspel
Bernardo Fernández, Zwart IJs
Juan Marsé, De laatste middagen met Teresa

Chad Harbach, De kunst van het veldspel
Vertaald door Joris Vermeulen
Oorspronkelijke titel: The Art of Fielding
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2012
528 pagina’s
ISBN 978-90-234-6756-4
€ 19,90

Op de Amerikaanse colleges speelt sport traditiegetrouw een belangrijke rol. Niet zelden heeft een opleiding een bepaalde tak van sport waarin het uitblinkt. Talenten op dat onderdeel worden de school binnen gehaald. Het is voor menige student een kans alsnog tot een serieuze vervolgopleiding te worden toegelaten. Niet elk college, echter, is op sportief gebied even succesvol. Het Westish College, waar Harbachs hoofdpersoon Henry Skrimshander studeert, is zeker geen trekpleister vanwege het honkbalteam. Nog nooit wonnen ze een aansprekende prijs of titel. Met de komst van Henry verandert dat. Henry’s exceptionele talent zorgt voor resultaten. Op zich vooral een verhaalgegeven voor een jongensboek zoals we die uit de jeugdliteratuur wel kennen. Laat u daardoor niet misleiden. De kunst van het veldspel ontstijgt het sportboekengenre en vertelt het boeiende coming of age-verhaal van een jongen die een manier moet vinden om te gaan met succes, tegenslag, verlangen, vriendschap en liefde.

Mike Schwartz is de aanvoerder van het honkbalteam van het Westish College. Op een dag ziet hij Henry bezig en herkent meteen diens talent. Hoe de ballen ook naar hem toe komen, hij pakt ze moeiteloos en weet met loepzuivere worpen zijn medespelers te bedienen. Eenmaal op het college vervolmaakt Henry zijn techniek. Zijn leven staat in het teken van honkbal. Als hij niet traint, dan leest hij wel in zijn sportbijbel ‘De kunst van het veldspel’. Het collegeteam begint te winnen. Henry speelt de ene na de andere foutloze wedstrijd en komt daardoor in de belangstelling van scouts die voor profclubs naar nieuwe talenten zoeken. Een succesvolle toekomst gloort.

Henry deelt zijn kamer met Owen, een homoseksuele jongen, die weliswaar deel uitmaakt van het honkbalteam, maar die vooral in de dug-out zit en daar een boek leest. De rector van Westish, Affenlight, worstelt met zijn ontluikende gevoelens voor Owen. Daarnaast heeft hij zorgen over zijn dochter Pella, die na een mislukt huwelijk weer bij haar vader is ingetrokken, hoopt op Westish een studie te kunnen gaan volgen en een relatie krijgt met Mike.

Tijdens de wedstrijd waarop Henry een record aantal foutloze wedstrijden achter elkaar kan breken, gaat het mis. De laatste bal die hij werpt, zwaait af en raakt Owen in de dug-out vol in zijn gezicht. Henry piekert zich suf over de vraag hoe hij die fout heeft kunnen maken en zet daarmee de neergang in. Wat hij tot dan toe intuïtief deed in het veld verdraagt geen bewuste, verstandelijke benadering. Henry begint steeds vaker fouten te maken, ook op cruciale momenten. Het zal er zelfs op uitdraaien dat de speler die het team aanvankelijk zoveel successen bracht aan de kant wordt gelaten om de kansen op het kampioenschap levend te houden.

De teloorgang van Henry en zijn gevecht om overeind te blijven, de strijd die de rector met zijn gevoelens voert, het raffinement waarmee de intellectuele, gevoelige Owen met die gevoelens speelt, de moeizame verhouding tussen Pella en Mike – dit alles vormt een combinatie waarmee Harbach het leven in al zijn facetten laat zien. Dat maakt van De kunst van het veldspel niet alleen een prachtig sportboek, maar vooral een roman over menselijke drijfveren, hartstochten en het overwinnen van tegenslagen.

Rien Broere

Bernardo Fernández, Zwart IJs
Vertaald door Jacqueline Visscher
Oorspronkelijke titel: Hielo Negro
Uitgeverij Signatuur, Utrecht 2012
223 pagina’s
ISBN 978-90-449-6576-6
€ 12,50 (tot 1 augustus, daarna € 16,95)  (e-book € 12,99)

Lizzy Zubiaga staat aan het hoofd van het Constanza-kartel, een nietsontziende organisatie die zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen. Lizzy is een mooie vrouw, die na de dood van haar vader tot leider van de bende is gepromoveerd – een taak die ze op een meedogenloze manier inhoud geeft. Rijk, onaantastbaar, maar verveeld laat ze het terrein van de partydrugs voor wat het is. Ze geeft El Médico – een scheikundig onderlegde huurmoordenaar – de opdracht een synthetische drug te ontwikkelen die de gebruikers ervan in opperste staat van euforie brengt, alle angsten voorbij en tot grote daden in staat. Zelf houdt ze zich liever bezig met kunst, als verzamelaar maar soms ook als kunstenaar met exposities van eigen werk.

Haar tegenspeler is de knappe, fors uitgevallen agente Andrea. Haar minnaar – een getrouwde collega – verdient wat bij door dealers van hun geld en goedje te verlossen. Helaas gaat hij daarbij in de fout, als het slachtoffer een neefje van Lizzy blijkt te zijn. Zij stuurt El Médico op de man af, met een pijnlijke dood als gevolg. Andrea zweert wraak.
Ziehier de ingrediënten voor de pasverschenen roman Zwart IJs. Het is een van de eerste uitgaven in de nieuwe reeks ‘Signatuur Noir’.

Een veelbelovende reeks, afgaande op deze eersteling. Zoals te verwachten in een roman noir gaat het niet zozeer  om de vragen naar de dader of de weg naar de ontknoping, maar richt hij zich op het duistere leven van zijn hoofdpersonen. Zij bewegen zich in een wereld waarin individualisme voorop staat en het slechte in de mens op alle mogelijke plekken vertegenwoordigd is. Ook de goede kant van de wet ontkomt er niet aan op bepaalde momenten de moraal ondergeschikt te maken aan het doel dat ze wil bereiken. Het voor het genre kenmerkende fatalisme is in hoge mate in de protagonisten van Zwart IJs  terug te vinden.

Het fraaie van Zwart IJs zit hem in de stijl die Fernández heeft gevonden om de meedogenloze gedrevenheid, de eenzaamheid en de onaantastbaarheid van de twee vrouwen tot leven te wekken. Zinderend door de achteloosheid waarmee Lizzy haar omgeving terroriseert, indringend door de snelheid waarmee hij zijn verhaal vertelt, beklemmend door de psychologische inkleuring van de karakters.

Andrea en Lizzy zijn elkaars tegenpolen als het gaat om de positie die zijn innemen ten opzichte van de dunne lijn die de grens tussen goed en fout markeert. Maar de vrouwen lijken op hetzelfde moment sterk op elkaar door de manier waarop ze zich ieder in hun eigen wereld staande houden, hun solistische aanpak en hun monomane gedrevenheid. Waarschijnlijk zouden ze elkaars rol zondermeer overnemen als ze van plek zouden wisselen.
Bernardo Fernández schrijft het overtuigend op en voert ons binnen de wetten van de duistere romankunst mee door de krochten van de menselijke ziel, waar in de schemering alle morele grenzen zijn vervaagd.

Rien Broere

Juan Marsé, De laatste middagen met Teresa
Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu
Oorspronkelijke titel: Últimas tardes con Teresa
Uitgeverij Signatuur, Utrecht 2011
400 pagina’s
ISBN 978-90-5672-359-0
€ 22,95

De oorspronkelijke uitgave van Marsés klassieker dateert uit 1966. We hebben dus even moeten wachten op de Nederlandse vertaling. In Spaans sprekende delen van de wereld is Marsé al jaren succesvol, getuige ook de toekenning in 2008 van de Cervantesprijs – een bekroning met aanzien - voor zijn gehele oeuvre. De laatste middagen met Teresa is een vertelling die wat weg heeft van een schelmenroman die op den duur overgaat in een verhaal over een onmogelijke liefde. Marsé situeert het allemaal in Barcelona in de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen Spanje werd geregeerd door Franco.

Manolo Reyes, ‘bedreven in liegen en ontwapenen’, gaat ’s avonds naar de Ramblas om motoren te stelen. Hij komt via een dienstmeisje in contact met de studente Teresa, dochter van rijke ouders. Het meisje is in het kielzog van studentenprotesten gefascineerd geraakt door de ongepolijste oprechtheid die de jonge elite aan het arbeidersmilieu heeft toegekend. Zij ziet in Manolo de verpersoonlijking van die stereotiepe arbeider, compleet met revolutionaire inborst. Manolo op zijn beurt heeft het in eerste instantie vooral op haar sieraden voorzien, maar raakt in haar ban. De twee worden verliefd op elkaar en brengen een aantal maanden in elkaars gezelschap door. Het geeft Teresa de gelegenheid kennis te maken met de wereld van Manolo, en vice versa. Werelden die mijlenver van elkaar vandaan staan, met alle onvermijdelijke consequenties voor de hoofdrolspelers van dien.

Prachtig en ongeremd verwoordt Marsé op ironische toon en met verrassende terzijdes de gedachten van de jongen en het meisje en laat zo zien hoe ze soms langs de werkelijkheid schampen. Want de gedroomde werkelijkheid staat soms haaks op de dagelijkse realiteit. En zo zitten ze allebei vast in hun vooroordelen.

Manolo houdt lang voor zichzelf vol dat hij Teresa vooral ziet als een opstap naar een betere positie, maar moet op een dag constateren dat hij meer voor haar voelt dan hij had verwacht. Hun liefde is er een in een kuise versie gebleven en om daar verandering te brengen is het op een bepaald moment te laat. Iemand uit Manolo’s eigen milieu verraadt hem, waardoor hij in de gevangenis terechtkomt. Teresa gaat naar hem op zoek, maar barst in lachen uit als ze hoort wat hem is overkomen. Ze voegt zich tijdens Manolo’s gedwongen afwezigheid weer netjes in de plooien van haar afkomst, alsof er niets is gebeurd.

Dat Marsé zijn publicatie een stevige knipoog heeft meegegeven, blijkt ook wel uit het feit dat hij zichzelf een bijrolletje in het verhaal geeft als billenknijper, een klein donker ventje met krulletjeshaar die zijn handen niet kan thuishouden.
Goed, het lot mag dan niet te keren zijn, de ruimte die Marsé ervoor uittrekt om dat te vertellen en de manier waarop hij dat doet, geven ons een ironische kijk op het vrijblijvend flirten van de gegoede burgerij met de arbeiders, en lijken te zeggen dat er in figuren als Manolo, een jongen van het volk, meer oprechte menselijkheid schuilt dan in het vrijblijvende gedrag van de elite.

Rien Broere

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact