Archief boekbesprekingen 22 januari 2012

In de uitzending van 22 januari komen de volgende boeken aan de orde:

Matthew Condon, De forellenopera
Erik Vlaminck, Brandlucht

Matthew Condon, De forellenopera
Vertaald door Wim Scherpenisse en Gerda Baardman
Oorspronkelijke titel: The Trout Opera
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2011
621 pagina’s
ISBN 978-90-4681-187-0
€ 24,95

Een paar weken geleden besprak ik tijdens de uitzending mijn persoonlijke top drie van vertaalde, in 2011 verschenen, romans. De forellenopera had ik toen nog niet gelezen, maar met terugwerkende kracht wil ik er Matthew Condons meesterlijke boek aan toevoegen. Wat een rijkdom aan beelden, verhaallijnen en karakters! In een superieure stijl brengt Condon het leven op het Australische platteland in de vorige eeuw samen met het leven in Sydney nu. Met veel oog voor detail brengt hij zijn personages tot leven en schetst hun belevenissen. En met zorgvuldig gedoseerde humor houdt de auteur alles prachtig in balans.

Wilfred Lampe is precies 100 jaar oud als in het jaar 2000 de Olympische Spelen  in Sydney zullen plaatsvinden. Het organiserend comité ziet in hem een fraai levend symbool voor de Australische geschiedenis van de afgelopen honderd jaar. Als ze hem hebben getraceerd, blijkt hij een minder levend, of in elk geval minder levendig, symbool dan voorzien. De oude Wilfred ligt te zieltogen in zijn tuin. Ze nemen hem mee naar een ziekenhuis en zitten vervolgens min of meer met hem opgescheept. De hoofdstukken waarin de organisatoren bespreken of en hoe ze Wilfred bij de openingsceremonie zullen inzetten, leveren humoristische dialogen op.

Wilfred Lampe denkt eerst dat hij gestorven is, maar eenmaal bij zijn positieven vindt hij in het tehuis waarin hij wordt verpleegd de rust om zijn leven te overdenken. Dat kent een cruciaal moment als Wilfred op zesjarige leeftijd gehuld in een forellenpak aan een schooluitvoering van de forellenopera mag deelnemen. In een hilarisch hoofdstuk lezen we wat er tijdens de opvoering mis gaat en de betekenis daarvan voor de hoofdpersoon.

Wat het Olympisch Comité ook met de oude man wil aanvangen, ze hebben er toestemming van familieleden voor nodig. Speurwerk brengt de organisatie op het spoor van Wilfreds achternichtje Aurora. Met haar krijgt het geheel een derde perspectief. Ook zij heeft een verhaal dat de moeite waard is. Op de vlucht voor haar in één persoon verenigde vriend, dealer en pooier komt ze in contact met Tick, een man die ooit als vrouw werkte als drugsleverancier, maar die nu ziek en in feite stervende is. Hun vriendschap en nieuwe inzichten leiden Aurora’s leven naar andere wegen.

Matthew Condon heeft de verhalen op een uiterst soepele manier met elkaar vervlochten. Moeiteloos voert hij zijn lezers mee naar de jeugd van Wilfred en diens tocht als veedrijver door de Australische Alpen, om die geschiedenis te onderbreken voor een inkijkje in Aurora’s woelige en getormenteerde leven aan de zelfkant - met als luchtige entr’actes de bespiegelingen van de leden van de Olympische organisatie. Het geheel vormt een onnavolgbare vertelling waarin een eeuw geschiedenis aan bod komt, met alles wat de mens daarin veroorzaakt en doormaakt en daarmee zichzelf en de wereld verandert. Een fantastisch boek dat het verdient door velen gelezen te worden.

Rien Broere

Erik Vlaminck, Brandlucht
Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam 2011
244 pagina’s
ISBN 978-90-248-2422-7
€ 18,90

Vlak na de Tweede Wereldoorlog weken Vlaamse tabakskwekers uit naar Canada omdat er in eigen land geen werk was. Ze brachten de duivensport en het wielrennen mee, dronken vooral  Vlaams bier, hadden heimwee  en waren tot elkaar veroordeeld. Ook Nederlandse boeren trokken in die tijd graag naar Canada omdat ze er meer land konden krijgen.  De roman Brandlucht van de Vlaamse auteur Erik Vlaminck speelt zich tegen deze achtergrond af.

Het is een familiekroniek die door drie vrouwen van opeenvolgende generaties verteld wordt. Het gaat om een periode van bijna zestig jaar, verdeeld over 14 hoofdstukken die allemaal beginnen met een jaartal en de naam van de vertelster. Het hoofdstuk in het midden van de roman bestaat uit een brief van Mina Strijbos, een Hollandse vrouw, die beschrijft hoe ze in 1953 kennis maakte met een zekere Tony Verkest, een Vlaamse charmeur die haar een uitweg bood uit haar eenzaamheid. Ze was nog maar kort uit Nederland weg. Het werd geen gelukkig huwelijk, zoals ze schrijft, haar man vertrekt naar België.

Hun huwelijk werd al eerder uitgebreid uit de doeken gedaan door haar dochter Elly. Ook in de hoofdstukken erna komt Elly uitgebreid aan het woord. Ze ontwikkelt zich van het kleine, teruggetrokken meisje tot een oude vrouw die het spoor volslagen bijster is. Ze vertelt vrijuit hoe ze haar moeder haatte maar toch altijd voor haar is blijven zorgen, ze betrok hiervoor zelfs de door haar vader achtergelaten duiventil. Na het plotselinge vertrek van haar vader, reisde ze in 1978 naar België om hem uitleg te vragen. Ze komt hem op het spoor maar het draait uit op een botte afwijzing wat wordt gevolgd door een dure vergelding die Elly niet meer te boven zal komen. Terug in Canada  blijkt ze zwanger van een Antwerpse kroegbaas voor wie ze kort gewerkt heeft.  Haar dochter Linda is uit ander hout gesneden. Ze beziet met nuchtere ogen hoe haar moeder werkte aan haar eigen verval en vertelt met warmte over haar grootmoeder Mina.

Slechts één hoofdstuk krijgt de eigenlijke hoofdpersoon van het hele drama het woord: Tony Verkest vertelt onder de naam Gaston op 75-jarige leeftijd in 1998 hoe het hem in België vergaan is. Hij pleit zich vrij waar het gaat om z’n gedrag tegenover Mina, z’n Hollandse vrouw in Canada, die hij steevast aanduidt met die-van-daar om het verschil aan te geven met z’n huidige vrouw in België, die-van-ons dus.  Kort en ontroerend vertelt hij ook over de Klei-van-daar, met wie hij z’n dochter Elly bedoelt, die hij sinds zijn vertrek in 1968 nooit meer heeft gezien. Hij legt ook uit waarom hij Elly niet wilde ontvangen in België; een verhelderende, ontroerende passage die illustreert waartoe misstappen in een huwelijk kunnen leiden.
 
Doordat hetzelfde gezinsdrama vanuit vier verschillende perspectieven  beschreven wordt, raakt de lezer vertrouwd met de familie en haar besognes. Daarbij is de humor nooit ver te zoeken. Dat gebeurt subtiel als bijvoorbeeld het verlangen van Mina naar haar geboorteplaats Zundert in haar Canadese woning zichtbaar gemaakt wordt in een kopie van De aardappeleters van Van Gogh, terwijl dit tafereel zich feitelijk afspeelt in Nuenen.  Maar het kan ook gaan om plompverloren opmerkingen van mannen die strijd zeggen te leveren tegen een slepende ziekte, dat is te zeggen tegen hun vrouw. Mild wordt de humor op de momenten dat heimwee en België aan elkaar gekoppeld worden, als bijvoorbeeld de duiven namen van wielrenners krijgen zoals Huysmans en Delcroix.
 
Eigenlijk zijn het de duiven die de hoofdrol in deze roman gekregen hebben. Het vertedert als de eigenzinnige Tony in Canada en België een van zijn duiven Jumbo noemt, naar de legendarische Amerikaanse circusolifant, een naam die Elly als klein meisje bedacht heeft.  Het zijn tenslotte ook de duiven die een flink aandeel hadden in de familietragiek. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze de aanleiding vormen voor de wraak die zich in al zijn scherpte zal laten gelden op de laatste pagina’s van deze mooie, spannende roman van onze zuiderbuur Vlaminck, die overigens ook optreedt in Nederland en Vlaanderen*.  

Maarten van Boxtel

* voor meer uinformatie, ga naar www.wereldbibliotheek.nl

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact