Archief boekbesprekingen 6 mei 2012

In de uitzending van 6 mei komen de volgende boeken aan de orde:

Johan Harstad, Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?
Detlev van Heest, De verzopen katten en de Hollander
David Lagercrantz, Ik Zlatan

Johan Harstad, Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?
Vertaald door Paula Stevens
Oorspronkelijke titel: Buzz Aldrin, hvor bled et av deg i alt mylderet?
Uitgeverij Podium, Amsterdam 2011
480 pagina’s
ISBN 978-90-5759-455-7
€ 10,- (e-book € 9,90)

Buzz Aldrin was de man die na Neil Armstrong de trap afdaalde en voet op de maan zette. De tweede man, dus, de persoon op de achtergrond, de ‘onzichtbare’. Het is deze rol die Mattias, hoofdpersoon in Buzz Aldrin… graag wil spelen. Onzichtbaar wil hij zijn, in elk geval onopgemerkt en op zijn minst meteen vergeten. Een boeiend gegeven, en als het boek dan ook nog begint met de intrigerende zin ‘De persoon van wie je houdt bestaat voor 72,8 procent uit water en het heeft al weken niet geregend’ dompel ik me graag onder in het verhaal.

Als de relatie van Mattias stukloopt en hij zijn baan als tuinman verliest, wordt hij in één keer van zijn rustige, zich op de achtergrond afspelende leventje afgesneden. Niets bindt hem nog aan de plek in Noorwegen waar hij zijn leven tot nu toe doorbracht en hij besluit als geluidsman met de band van zijn beste vriend mee te gaan naar de Faeröer – een eilandengroep boven Groot-Brittannië, tussen Noorwegen en IJsland. Een onherbergzame plek, te vergelijken met een maanlandschap. Een plek waar Mattias zich goed op zijn plaats zal voelen.

Ze maken de overtocht per boot, een reis tijdens welke zich iets bijzonders moet hebben afgespeeld, maar wát blijft vooralsnog een raadsel. Niet alleen voor ons als lezer, ook voor Mattias zelf. Als hij op een dag bijkomt uit een bewusteloze toestand, ligt hij ergens op een weg, heeft hij bloed aan zijn handen, is hij doornat van de regen en vindt hij in zijn zak een envelop met 15.000 kronen – en hij heeft geen idee van het hoe, waarom en wanneer.

In een bushokje vindt hij een schuilplaats, waar hij na enige tijd wordt aangesproken door een man, Havstein, die hem meeneemt naar een oude fabriek in een klein dorpje in het noorden van een van de eilanden. De fabriek is omgebouwd tot een soort van tehuis. Er wonen, naast Havstein, nog twee vrouwen en een man. Mattias krijgt er de kans bij te komen en als dat is gebeurd, voelt hij zich er wonderwel thuis. Hij besluit te blijven – een moedige stap, omdat al snel duidelijk wordt dat Havstein een psychiater is die er een uniek project runt voor mensen in geestelijke nood.

Nu Mattias op de Faeröer in de Fabriek is opgenomen, komt hij dicht bij zijn ideaal van een onopvallend bestaan zonder veel betekenis. Dit gedroomde leven kan echter niet eindeloos voortduren. Enkele dramatische gebeurtenissen zetten de zaken op scherp en brengen het comfortabele en veilige leventje van de Fabrieksbewoners aan het wankelen. Mattias en zijn metgezellen moeten doodgedwongen keuzes maken, en dat doen ze.

Harstad maakte van het boek, dat in 2006 voor het eerst in ons land in vertaling verscheen, een gelaagd geheel dat zich moeiteloos slingert door de verschillende niveaus waarop het zich afspeelt. Langzaam worden Mattias dingen duidelijk over hemzelf, waarmee hij diepte krijgt. Het gebeurt allemaal binnen een fraai opgebouwd verhaal dat de aandacht in iedere zin gevangen weet te houden. Ondertussen zet het boek aan het denken door de manier waarop het over vriendschap, liefde en geluk spreekt. Kan een mens zich onttrekken aan de kille werkelijkheid? En wie of wat bepaalt de contouren van het begrip ‘normaal’? Is het vreemd om niet altijd grip te hebben op je eigen leven? Harstad neemt in Buzz Aldrin… de tijd om de vragen te stellen. Dat hij daarbij af en toe wat teveel aan het geheel toevoegt, is te zien als het enthousiasme van de debutant. Want deze roman is Harstads eersteling, die nu voor in een goedkope uitgave op veel verdiende lezers ligt te wachten.

Rien Broere

Detlev van Heest, De verzopen katten en de Hollander
Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2010
607 pagina´s
ISBN 978-90-282-4142-8
€ 45,- (gebonden)
€ 25,- (paperback)

Detlev van Heest debuteerde in het voorjaar van 2010 met de roman De verzopen katten en de Hollander. Het boek vormt een tweeluik met de roman Pleun die in het najaar van 2010 verscheen. In het najaar van 2011 verscheen Het verdronken land. Terug naar Japan. Van Heest werkt als parkeercontroleur in Hilversum. Dat is alle informatie die je krijgt op de website van Van Oorschot, de uitgever van zijn romans. Als je doorklikt naar een interview, kom je terecht bij het magazine Catspiration, een online blad voor mensen die stapelgek zijn op katten. Van Heest spreekt hier uitgebreid over zijn liefde voor z’n katten, met name voor Kootje die in de roman De verzopen katten en de Hollander een grote rol speelt. Het is maar moeilijk te geloven dat hij de kluit niet belazert als hij naast grote roze kaders en begeleid door mierzoete muziek uitspraken doet over de grote liefde van zijn leven, zijn kat Kootje dus.

Van Heest is kennelijk niet zonder meer duidelijk in zijn bedoelingen. In dit opzicht kun je hem vergelijken met J.J. Voskuil, de in 2008 overleden schrijver met wie hij correspondeerde, die hem coachte, aan wie hij zijn debuutroman opdroeg. Evenals bij het werk van Voskuil is het ook bij Van Heest kiezen of delen: je volgt hem of je doet dat niet. In dat laatste geval zijn de ruim 600 pagina’s te veel van het goede en leg je het boek halverwege weg. In het eerste geval hadden er met gemak nog zo’n 600 pagina’s bij gekund.

Het leeuwendeel van de roman De verzopen katten en de Hollander gaat over de lotgevallen van Van Heest in zijn buurtschap Nieuwloofwijk in Tokio tussen 1999 en 2005. Zijn vrouw Annelotte verdient de kost, hij zit hele dagen thuis, schrijft stukjes voor onder meer Trouw, maar brengt het grootste deel van zijn dagen door met kijken en luisteren naar zijn veelal oude buurtgenoten. In tien hoofdstukken van verschillende lengte stelt hij zijn contacten met een van deze Japanners centraal. Hij praat met hen, drinkt thee, wordt door hen uitgenodigd om te komen eten, leeft met hen mee.

Het zijn niet de vrolijkste omstandigheden waarin deze mensen verkeren. De kapper van Van Heest lijdt aan terminale kanker, de oude mevrouw Suzuki dementeert, de oude sergeant Van Tricht bewaakte de Nederlandse dwangarbeiders bij de Birmaspoorlijn en aan de alcoholist Dzjoen is geen eer meer te behalen. De vele gesprekken die hij met deze mensen voert, zijn uit het leven gegrepen en laten weinig ruimte voor illusie. Hij lijkt met hen te willen spotten, maar daarvoor is hij te zeer betrokken bij deze mensen.

Het mooie ervan is dat hij zichzelf bepaald niet spaart. Hij is uiteindelijk ook maar zo’n mens die volop ruziet met zijn vrouw over schijnbare onbenulligheden als de lengte van zijn haar. Hierin lijkt deze roman opnieuw op het werk van Voskuil, evenals dat trouwens het geval is met zijn liefde voor bomen, planten en dieren. Hij wordt furieus als mensen deze liefde niet met hem delen. Alle relativering laat hij dan varen, het zijn allemaal klootzakken.

Als je gevoelig bent voor dit alledaagse reilen en zeilen in een Japanse wijk, afgewisseld met scènes uit een tanend huwelijksleven, dan kun je direct beginnen met het volgende deel dat onder de titel Pleun in de boekhandel ligt en zich afspeelt in Nieuw Zeeland. Als je er gevoelig voor bent tenminste, en waarom zou dat eigenlijk niet zo zijn?

Maarten van Boxtel     

David Lagercrantz, Ik, Zlatan
Vertaald door Geri de Boer
Oorspronkelijke titel: Jag är Zlatan Ibrahimovic. Min egen story
Uitgeverij Ambo, Amsterdam 2012
334 pagina’s
ISBN 978-90-2632-4-956
€ 19,95

Ik, Zlatan vertelt de tot werkelijkheid geworden jongensdroom van Zlatan Ibrahimovic. Als zoon van een Bosnische vader en Kroatische moeder groeide hij op in een immigrantenwijk in Rösengard, Zweden. Als jongs af aan wist hij al dat hij anders was. Tenminste, dat was wat de mensen hem wilden doen geloven. Overal waar hij kwam werd hij buitengesloten. Vooral op de middelbare school en bij de voetbalclubs waar hij in de jeugd speelde, bekroop hem vaak het gevoel dat hij er niet bij hoorde.

 Zijn strijdbare karakter in combinatie met een enorm vermogen aan bluf en zelfvertrouwen zorgden er echter voor dat hij de Zlatan Ibrahimovic zou worden die wij nu kennen. Deze karaktertrekken waren wel noodzakelijk, want hij heeft het niet makkelijk gehad. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat je de memoires leest van iemand met een groot minderwaardigheidscomplex.

Wat wel duidelijk wordt bij het lezen van dit boek, is dat dit minderwaardigheidscomplex hem tot de voetballer heeft gemaakt die hij nu is. Het overal worden uitgesloten, verbannen en vervloekt maakt bij Zlatan de woede los, die vaak de aanleiding vormt voor zijn grootse daden. In het boek wordt dit duidelijk gemaakt door de steeds terugkomende zin: ‘Maar je weet het, als ik boos ben, ben ik op mijn best.’ Het geeft hem de adrenaline, energie en kracht, die hij gebruikt om te laten zien dat hij een van de grootste spelers ter wereld is.

De vraag blijft echter of hij het anders zou hebben gewild dan zoals zijn leven nu gelopen is. Het lijkt namelijk wel alsof hij elke keer de omgeving opzoekt waar hij wordt vervloekt, waar de mensen hem niet mogen. Zoals hij zelf aangeeft, is hij het meest ongelukkig bij Barcelona. Dit, omdat hij zich moest ‘gedragen’ en zich niet kon uiten als de ‘bad boy’ die hij graag is. Op deze manier wordt ook duidelijk dat zijn leven gevangen zit in een paradox. Aan de ene kant wil hij zich begrepen en geliefd voelen, maar aan de andere kant gedijt hij als voetballer het beste in een omgeving waarin dit niet zo is. Deze paradox maakt niet alleen de persoon Zlatan Ibrahimovic, maar ook zijn levensverhaal interessant.

Zonder de grote inleving van de schrijver, David Lagercrantz, zou het verhaal van Zlatan ongetwijfeld een stuk minder boeien. Door de manier waarop hij het boek schrijft, heb je het gevoel dat je een monoloog van Zlatan aan het lezen bent. Onder meer de stopwoordjes (‘weet je’ en ‘ja, shit’) zorgen ervoor dat je het echt met de stoere Zlatan te doen hebt, en niet met de schrijver van zijn boek. Het enige minpuntje is dat er weinig variatie zit in de woordenschat. Zo ‘kookt’ Zlatan regelmatig figuurlijk van woede, en kent hij in zijn boosheid ook geen gradaties. Deze kleine opmerking staat echter in schril contrast tot de klasse waarmee de schrijver ons een fraai beeld geeft van het unieke, enerverende en van begin tot eind boeiende levensverhaal van Zlatan Ibrahimovic.

Mikel van Benthem

 

Terug

T-Hdesign | Copyright Rien Broere All rights reserved. Home - Contact